AMSTERDAM - ABN Amro hoeft een voormalig bestuurder geen ontslagvergoeding van 7,5 miljoen euro te betalen.

Het ex-lid van de raad van bestuur moet genoegen nemen met het bedrag van 2,5 miljoen euro dat de bank hem bij zijn vertrek heeft geboden. Dat heeft de kantonrechter in Amsterdam bepaald.

Ontslagvergoeding
De voormalige bestuurder, die ABN Amro op 1 juni van dit jaar verliet, meende recht te hebben op een ontslagvergoeding volgens de zogenoemde kantonrechtersformule. Die vergoeding zou hem door ABN Amro en door RBS, de Britse bank die een deel van de Nederlandse bank in 2007 overnam, zijn toegezegd.

De rechter gaf hem hierin gelijk, maar oordeelde dat die toezegging door de veranderde omstandigheden niet meer geldig is. ''ABN Amro is in zwaar weer gekomen en de maatschappelijke opvattingen over bonussen en afvloeiingsvergoedingen zijn kritischer geworden'', aldus de kantonrechter.