AMSTERDAM - De overheidsschuld is in het eerste halfjaar opgelopen tot ruim 356 miljard euro, waarmee de Europese bovengrens van zestig procent is overschreden.

De schuld steeg bijna tien miljard euro ten opzichte van eind vorig jaar, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag.

De schuldquote liep op tot 61,1 procent van het bruto binnenlands product (bbp). In 1999 werd voor het laatst de zestigprocentnorm overschreden.

Tekort
Het overheidstekort bedraagt nu 3,7 procent van het bbp, wat boven de Europese norm van drie procent ligt. Landen van de Economische en Monetaire Unie hebben afgesproken dat de zestig procent niet overschreden mag worden, maar in maart 2005 werd besloten dat de drieprocentnorm in tijden van crisis mag worden overschreden.

De aankoop van de staat in januari van tachtig procent van de opbrengsten van de Amerikaanse hypotheekportefeuille van ING leidde tot een verhoging van de de brutoschuld met bijna twintig miljard euro. De schuld werd aan de andere kant verlaagd doordat Fortis de staatslening van 34 miljard euro terugbetaalde.

Huizenmarkt
De inkomsten van de overheid lagen in het eerste halfjaar zes miljard euro lager dan in dezelfde periode vorig jaar. Btw-opbrengsten namen met een miljard euro af en door de slechte huizenmarkt halveerden de inkomsten uit de overdrachtsbelasting, eveneens met bijna een miljard.

De opbrengsten uit de dividendbelasting halveerden, waardoor 1,5 miljard euro werd misgelopen. De vennootschapsbelasting leverde twee miljard minder op. De inkomsten uit vermogen liepen met een miljard terug.

De uitgaven lagen zes miljard euro hoger dan in dezelfde periode vorig jaar, waarbij aan uitkeringen drie miljard euro meer werd uitgegeven.