Overheden bestrijden de recessie met stimuleringsmaatregelen. Die kosten veel geld. Wat zijn de gevolgen van de verslechterende overheidsfinanciën?

Door Fred Huibers| Het Haags Effektenkantoor

Als gevolg van de kredietcrisis is de wereldeconomie in het slop geraakt. Vooruitlopend op de gevreesde vraaguitval hebben bedrijven forse bezuinigingen doorgevoerd en zijn investeringsplannen drastisch teruggeschroefd. Ook de afgenomen beschikbaarheid van ruim en goedkoop krediet is voor bedrijven een reden geweest om gas terug te nemen.

Consumenten somberen mee. Berichten over oplopende werkloosheid en dalende koopkracht doen geen goed aan de koopbereidheid van particulieren. Overheden zijn gaandeweg maatregelen gaan nemen om tegenwicht te bieden tegen de dalende investeringen en consumptieve bestedingen. Versnellen van investeringen in bijvoorbeeld infractructuur, faciliteren van arbeidstijdverkorting en, in sommige landen, het fiscaal stimuleren van (particuliere) bestedingen zijn voorbeelden van stimuleringsmaatregelen.

Tegenvallers
De maatregelen kosten uiteraard geld. Geld dat vaak niet beschikbaar is temeer omdat belastinginkomsten teruglopen als gevolg van de neergaande conjunctuur. Minder BTW, overdrachtsbelasting op onroerend goed transacties en loon- en vennootschapsbelasting zijn voor de overheidsfinanciën serieuze tegenvallers.

Volgens de Europese Commissie zullen de tekorten op de begroting voor de leden van de Europese Unie in 2010 oplopen tot 7,4 procent van het bruto nationaal product. Het gekrakeel rond de Maastricht norm van een begrotingstekort dat maximaal 3 procent zou moeten bedragen, is verstomd. De overheidsschulden als percentage van het nationaal inkomen zal naar verwachting stijgen van 60 procent (pre-kredietcrisis) naar 82 procent in 2010.

Schuldsanering
Normaal gesproken wordt een overheidstekort automatisch minder doordat de conjunctuur weer (mede dankzij de stimuleringsmaatregelen) aantrekt. Dat lijkt in de huidige situatie niet te gaan gebeuren. Op de eerste plaats komt dat door de omvang van de extra overheidsbestedingen. Die zijn veel hoger dan normaal gesproken ingezet worden om een recessie te bestrijden. Een andere reden waarom het hersel van de economische groei kan tegenvallen is dat er een omvangrijke schuldsanering moet plaatsvinden.

Banken, veel bedrijven maar ook particulieren kampen met een enorme schuldenlast die ze moeten reduceren. Om dat op ordentelijke wijze te doen, met een zo laag mogelijk percentage faillissementen, kost tijd.

Tot slot is het zo dat vrijwel alle grote economieën tegelijkertijd in het slop zitten. Een mogelijke uitzondering worden opkomende markten als China, hoewel de zogeheten ontkoppeling van deze economieën zeer discutabel is. Anders dan voorheen is het niet zo dat het ene land zich kan optrekken (bijvoorbeeld middels export) aan een ander land dat economisch veel harder groeit. Dit alles betekent dat overheden te maken kunnen gaan krijgen met een chronisch overheidstekort.

Publieke sector
Langzaam maar zeker zal de aandacht zich verplaatsen van de sanering van de schuldenlast van particuliere naar de publieke sector. Het is te verwachten dat overheden toch weer over zullen moeten gaan tot lastenverzwaring om iets te doen aan de verslechterende financiële situatie. Uiteraard moeten overheden ervoor waken dat zij dit voorzichtig doen. Anders hebben de stimuleringsmaatregelen grotendeels weinig zin gehad en wordt de film als het ware teruggedraaid en zijn we weer bij af.

Een voorbeeld van hoe het niet moet is de BTW verhoging die de Japanse regering in 1996 doorvoerde. Een andere manier om het begrotingstekort te reduceren zijn bezuinigingen. Vooral landen met een duur systeem van sociale voorzieningen zoals bijvoorbeeld staatspensioenen, zullen dit zeker overwegen.

Privatisering
Een alternatief voor lastenverzwaring en bezuinigen is privatisering. Zeker in Europa, beschikt de overheid over aandelenpakketten in grote bedrijven die beleggers interessant vinden. Sinds de periode 1998- 2000, toen privatiseringen in Europa een hoogtepunt bereikten en er jaarlijks voor circa 0,7 procent van het nationaal inkomen geprivatiseerd werd, is het volume teruggevallen naar circa 0,2 procent per jaar.

Overheden van de leden van de Europese Unie beschikken over aandelenpakketen die een waarde vertegenwoordigen van ongeveer 2,5 procent van het nationaal inkomen. Binnen Europa steken de Scandinavische landen en Frankrijk met kop en schouder boven de rest uit voor wat betreft de waarde van de kroonjuwelen. Het lijkt zeer waarschijnlijk dat er op termijn een golf van privatiseringen in Europa op gang zal komen.

Fred Huibers is partner bij Het Haags Effektenkantoor