DEN HAAG - Vrouwen kiezen na de geboorte van hun eerste kind minder vaak voor een kortere werkweek dan enkele jaren geleden. Alleen vrouwen die voor de geboorte een voltijdbaan hadden, gaan nog vaak minder uren werken.

Dat blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag presenteerde.

In de periode van 2006 tot en met 2008 bleef 40 procent van de vrouwen na de geboorte van het eerste kind evenveel uren werken als daarvoor. In de periode van 2001 tot en met 2003 was dat nog 34 procent.

Werken
Het aandeel moeders dat minder uren ging werken, nam af van 36 naar 31 procent. Nog slechts een klein deel van de moeders stopte volledig met werken. Dit aandeel daalde van 13 naar 10 procent. Het aandeel dat zowel voor als na de geboorte geen betaald werk had, bleef constant met 15 procent.

Er zijn nog altijd weinig moeders met een voltijdbaan. 43 procent van de vrouwen die in de periode van 2006 tot en met 2008 voor het eerst moeder werden, werkte voor de geboorte fulltime. Na de komst van het kind was dit nog slechts 18 procent.

Voltijd
Opvallend is dat dit aandeel nog veel lager is bij moeders met een kind van een of twee jaar oud. Van hen werkte maar 10 procent in voltijd. Volgens het CBS komt deze verdere afname mogelijk doordat de contractuele arbeidsduur pas wordt verkort nadat het ouderschapsverlof is opgebruikt.

Een arbeidsduur tussen 20 en 27 uur per week blijkt het populairst onder de moeders.

Zie ook: Special Werk en kind