Na een relatief korte inzinking lijkt de Chinese economie het bijzonder hoge groeitempo weer opgepikt te hebben. Maar hoe standvastig is het herstel nu eigenlijk?

Door Fred Huibers | Het Haags Effektenkantoor

Eind jaren tachtig begon de Chinese economie te ontwaken uit een winterslaap. Decennia lang werd de groei geremd omdat particulier initiatief door de centrale overheid niet werd gewaardeerd. In de tijd dat de Sovjet Unie uiteenviel, heeft de Chinese communitische partij haast gemaakt met een gecontroleerde liberalisering van de economie.

Er waren speciale economische zones aangewezen waar de jaren opgepotte animal spirits van de van huis uit ondernemende Chinese bevolking de vrijer gelaten. Gebieden rond Shanghai en Hong Kong (Shenzhen) maakten een stormachtige groei door.

Wie met een interval van enkele jaren steeds opnieuw die gebieden bezocht, kwam tot de conclusie dat hij de oude plattegronden snel moest vervangen met meer actuele kaarten om de weg niet binnen de kortste keren kwijt te raken.

Economisch wonder
In die periode werden bedrijven in grote getalen geprivatiseerd, vond de ene na de andere beursgang plaats en groeide de welvaart in China met gemiddeld meer dan 8 procent per jaar. Toen de kredietcrisis in de VS en Europa losbarstte, leek het er enige tijd op dat China zich aan de neergang zou kunnen ontrekken.

Er werd gesproken van de ontkoppeling van opkomende economieën zoals China. Deze landen zouden een andere economische dynamiek hebben en niet langer meebewegen op de golven van de westerse conjunctuur.

Deze verwachting werd echter gelogenstraft toen de Chinese economische groei in het laatste kwartaal van vorig jaar tot stilstand kwam en in westers tempo groeide in het eerste kwartaal van dit jaar.

Het wonder van het terugkerend wonder
Recent rapporteren de Chinese autorteiten weer een groeitempo zoals vanouds: 8 procent op jaarbasis. Met grote ogen en opgetrokken wenkbrauwen wordt dit wonder aanschouwd door economen. Zij hadden niet verwacht dat de stimuleringsmaatregelen die de Chinese overheid heeft genomen in antwoord op de inzakkende groei, zo snel effect sorteren.

De maatregelen zijn ook niet gering: 400 miljard euro aan fiscale stimuleringsmaatregelen en een groei van uitstaande bankleningen die gelijk staat met bijna de helft van de het nationaal inkomen van China.

Speculatie
Het probleem is echter dat weinig van het geleende geld daadwerkelijk geïnvesteerd wordt in productieve middelen. Veel geld wordt aangewend om te speculeren op vastgoed- en aandelenmarkten. Boze tongen beweren dat ook voormalige staatsbedrijven disproportioneel veel leningen ontvangen en zo hun positie van voor de liberaliseringsgolf weer terug veroveren.

Veel van deze bedrijven zijn niet kredietwaardig en het is maar de vraag of de leningen terugbetaald zullen worden. Daarmee is de duurzaamheid van het sterke herstel van de Chinese economie kwestieus.

Fred Huibers is partner bij Het Haags Effektenkantoor