Particulieren wordt vaak kuddegedrag verweten, terwijl professionele partijen veel rationeler zouden handelen. Nou, ook op deze beurswijsheid valt het een en ander af te dingen.

Door Martine Hafkamp | Fintessa Vermogensbeheer

Door de kredietcrisis hebben ook de Nederlandse pensioenfondsen grote verliezen moeten incasseren. Als gevolg hiervan daalde bij menig pensioenfonds de dekkingsgraad onder de kritische grens. Extra stortingen in de pensioenkas bleken noodzakelijk en De Nederlandsche Bank (DNB) drong als toezichthouder aan op herstelplannen.

Er blijkt eens te meer dat professionele beleggers ook maar mensen zijn. Onder invloed van langdurig stijgende aandelenkoersen in de jaren negentig en de drang naar hogere rendementen hebben pensioenfondsen het aandelenbelang en andere risicovollere beleggingen sterk uitgebreid. Het feit dat studies lieten zien dat in de periode 1900-1999 aandelenbeleggingen gemiddeld 12,9 procent per jaar meer waard werden, terwijl obligaties ‘slechts’ 4,7 procent in waarde stegen, zullen hier ongetwijfeld aan hebben bijgedragen.

Risicobeheer
Maar, bij die zoektocht naar meer rendement is er onvoldoende aandacht geweest voor het risicobeheer, een cruciale peiler onder de oorspronkelijke doelstellingen.

In 2003 moesten veel pensioenfondsen al een herstelplan indienen, omdat door de fors gedaalde aandelenkoersen de financiële buffers sterk waren aangetast. Slechts enkele jaren later is het weer zo ver. Begin dit jaar moesten meer dan 340 pensioenfondsen (opnieuw) een herstelplan indienen. Dat is inmiddels gebeurd.

Maar aan dit herstel hangt natuurlijk wel een maatschappelijk prijskaartje aan. De plannen om de toekomstige pensioenbetalingen zeker te stellen gaan volgens berekeningen van DNB een remmende werking op de groei van de Nederlandse economie hebben. Rond 2013 zou dit ongeveer 0,75 procentpunt van het bruto binnenlands product (BBP) kosten.

Krimp
Zet dit eens af tegen de huidige krimp van het BBP en de nog niet al te florissante groeivooruitzichten. Het is een logisch gevolg van de ingediende plannen als het ophogen van de werknemerspremies, het (tijdelijk) stopzetten van indexatie en het vragen van aanvullende stortingen aan de werkgevers. Maar het staat ook in schril contrast tot alle stimuleringsmaatregelen die de Nederlandse overheid neemt om de economie aan de praat te houden dan wel te krijgen.

Het ABP, met 2,7 miljoen klanten en een belegd vermogen van 180,5 miljard euro (ultimo juni 2009) behorend tot de top drie van grootste pensioenfondsen ter wereld, draagt wat het remmen van de Nederlandse groei betreft een aardig steentje bij.

De beleggingen van het ABP kregen het namelijk eveneens zwaar te verduren, waardoor de dekkingsgraad in februari jl. zelfs zakte naar 83 procent. Om nu de dekkingsgraad weer op te krikken worden pensioenen voorlopig niet geïndexeerd en worden de pensioenpremies voor werknemers met 3 procent verhoogd. In plaats van 20 procent wordt dan voortaan 23% overgemaakt aan het ABP.

Verschuiven
Vorig jaar daalde door de problemen het fondsvermogen van het ABP met zo’n 43 miljard euro. Natuurlijk, ook obligatiekoersen stonden onder druk, maar blijkbaar was er risicovol belegd. Uit het door het ABP ingediende herstelplan bleek men voornemens te zijn een deel van het vermogen te verschuiven van risicovolle beleggingen naar meer veiligheid.

Wat blijkt nu echter? Niet alleen particuliere beleggers hebben begin dit jaar de handdoek in de ring gegooid. Op zo’n beetje het dieptepunt van de markt heeft het ABP de aandelenweging teruggebracht van 32 procent naar 29 procent. Mede hierdoor heeft men de afgelopen maanden slechts mondjesmaat geprofiteerd van de stijgende aandelenkoersen.

Over het eerste halfjaar werd een beleggingsrendement geboekt van slechts 4,5 procent. De draai naar meer veiligheid en minder volatiliteit lijkt niet zo zeer te zijn ingegeven door goed marktinzicht, maar meer een kwestie van de put proberen te dempen als het kalf verdronken is.

Offers
Van de deelnemers van het ABP worden nu offers gevraagd, dit tot groot ongenoegen van veel ambtenaren. Men klaagt steen en been over het gevoerde beleggingsbeleid en dat door te veel risico’s pensioenen worden verkwanseld.

Voor het gemak wordt daarbij voorbijgegaan aan het feit dat de afvaardiging van de deelnemers in het bestuur van het ABP, veelal bestuurders van vakbonden, mede verantwoordelijk is voor de gevaren koers. Maar diezelfde vakbondsbestuurders houden zich nu wijselijk zeer stil. Ook zij bleken zich rijk te rekenen…

Martine Hafkamp won in 2008 de Gouden Stier als beursvrouw van het jaar