Boemeltje of TGV?

De stimuleringsmaatregelen van de diverse overheden wereldwijd beginnen effect te sorteren, daar is geen twijfel over mogelijk. Het heeft ook wat mogen kosten. Het International Monetair Fonds (IMF) schat deze kosten tot dusver op totaal 8,4 biljoen (8.400 miljard) euro.

Door Martine Hafkamp | Fintessa Vermogensbeheer

Dat is één vijfde van de totale jaarlijkse productie in de wereld. Maar, terwijl de diverse regeringsleiders bij hun licht optimistische toon nog de nodige slagen om de arm houden, is de mening van veel analisten als een blad aan de boom omgeslagen.

Ze vallen over elkaar heen om te voorspellen dat het einde van de economische crisis eerder dan verwacht komt en om beleggers aan te sporen toch vooral aandelen te kopen.

September
Beurswijsheden worden van stal gehaald om de beweringen te onderbouwen dan wel onderuit te halen. ‘Sell in May and go away, but remember be back in September’ blijkt dit jaar niet te kloppen, er is deze zomer zelfs sprake van een heuse campingrally.

Helaas is dit volgens de geleerden een seizoenspatroon dat zo weinig voorkomt dat hieraan vooraf geen voorspellende waarde kan worden ontleend. Uiteraard niet, zou ik haast zeggen… Nu wordt er weer volop gewaarschuwd voor september en oktober, omdat dat traditioneel slechte beursmaanden zouden zijn.

Stil staan
In plaats van op dit soort algemeenheden af te gaan is het verstandiger eens stil te staan bij de vraag waar de koersstijgingen de afgelopen vandaan zijn gekomen en de verwachtingen voor de komende tijd. Veel is de afgelopen maanden te danken aan meevallende kwartaalcijfers.

Nadat in eigen land Océ voor een valse start zorgde, kon vervolgens een groot aantal bedrijven in positieve zin verrassen. Zo viel te lezen dat de winstgevendheid van de bedrijven uit de AEX ten opzichte van de eerste drie maanden van dit jaar in het tweede kwartaal verdrievoudigde.

Kanttekeningen
Nu zijn daar wel een paar kritische kanttekeningen bij te plaatsen. Zo waren de verwachtingen ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar inmiddels fors naar beneden bijgesteld. Voor bedrijven uit de S&P lag de lat 50procent minder hoog en voor de AEX was dat zelfs 60procent.

Daarnaast loont het de moeite om te kijken waar die meevallende cijfers dan door worden gerealiseerd. Wat blijkt? In het merendeel van de gevallen liggen hier kostenbesparingen aan ten grondslag en is er niet of nauwelijks sprake van een toename van de omzet.

Daling
In het Financieele Dagblad viel te lezen dat de omzet van Nederlandse beursgenoteeerde ondernemingen, exclusief ArcelorMittal en Royal Dutch Shell, in het tweede kwartaal een daling liet zien van 9 procent.

Uitzonderingen daargelaten kan die omzet alleen dan stijgen als er sprake is van economische groei. En zo ver is het (nog) niet. Daarvoor zal de consument niet meer moeten gaan sparen, maar juist de portemonnee gaan trekken. Wat dat betreft motiveert een oplopende werkloosheid niet.

Beurs
Natuurlijk, de beurs loopt altijd zo’n zes tot negen maanden vooruit op de ontwikkelingen in de reële economie, maar voorzichtigheid blijft op z’n plaats. Zo zijn de gemiddelde waarderingen van bedrijven uit de S&P nu hoger dan vier jaar geleden.

En ook in eigen land zijn de koerswinstverhoudingen behoorlijk opgelopen. De gepubliceerde nettowinsten staan in geen verhouding tot de koersstijgingen op de beurzen. Het is nog geen breed gedragen herstel, want de koersstijgingen gingen gepaard met lage omzetten.

Statistieken
Frankrijk, Duitsland en de Verenigde Staten lijken uit het dal te kruipen, gegeven de meest recent gepubliceerde cijfers. Maar, zoals Churchill al zei: vertrouw niet op statistieken die je niet zelf hebt kunnen manipuleren’.

Een ding is echter wel zeker, het vertrouwen keert beetje bij beetje terug en dat komt de beurskoersen ten goede. Hoe broos en breekbaar het is blijkt als er tegenvallend (macro)nieuws wordt gepubliceerd. Het herstel zal dan ook met horten en stoten gaan. Wees daarom niet bang de TGV te missen; het boemeltje biedt genoeg instapmogelijkheden.

Tip de redactie