Kiezen én delen

De aanpassing van de vennootschapbelasting kan nog een lange en ingewikkelde zaak worden. Om een en ander te vergemakkelijken zijn kiezen en delen de toverwoorden.

Door Roland Brandsma | PricewaterhouseCoopers

Staatssecretaris De Jager is in juni een consultatie gestart over het aanpassen van de vennootschapsbelasting. De belangrijkste hobbel om tot wetgeving te komen, is inmiddels weggenomen door de beschikking van de Europese Commissie over de verplichte rentebox. Deze kan haar goedkeuring wegdragen, omdat niet is gebleken dat de maatregel selectief uitwerkt. Van staatssteun is daarom geen sprake.

Dat neemt niet weg dat de weg naar een wetsvoorstel nog zeer ingewikkeld is. Zo is het nog onduidelijk op welke wijze de samenloop tussen de voorgestelde bepalingen moet worden geregeld, evenals de samenloop tussen de voorgestelde maatregelen en de al bestaande wettelijke bepalingen.

2011
Ook de in het consultatiedocument op diverse plaatsen opgeworpen vraag of de voorgestelde maatregelen altijd afdoende zullen zijn, geeft aan dat op diverse terreinen nog nadere studie moet worden gedaan. Daarnaast is voor de praktijk zeer van belang of - en zo ja, in welke vorm - er overgangsrecht zal worden gecreëerd voor bestaande situaties.

De kans is daarom groot dat de in het consultatiedocument voorgestelde wijzigingen niet per 1 januari 2010, maar pas een jaar later kracht van wet krijgen.

Splitsen
Nadere analyse leert dat de problemen zich vooral voordoen bij de renteaftrekbeperkingen en in veel mindere mate bij de voorgestelde aanpassing van de deelnemingsvrijstelling en de rentebox.

Daarom stel ik voor om de in het document opgenomen maatregelen in twee delen te splitsen: enerzijds de deelnemingsvrijstelling en de rentebox en anderzijds de zogeheten ‘earningsstripping’, dan wel de deelnemingsrente en de overnamerente.

Studie
Het tweede deel vergt nog nadere studie en zou daarom pas in 2011 ingevoerd kunnen worden, terwijl het eerste al per 1 januari aanstaande in de wet kan worden opgenomen. Het voordeel van deze tweedeling is dat ruim de tijd wordt genomen om de meest complexe maatregelen nader in kaart te brengen en daarover uitvoerig met alle belanghebbenden te discussiëren.

Tegelijkertijd hoeven de maatregelen die minder omstreden, dan wel minder complex zijn niet te wachten op de verdere gedachtevorming over de renteaftrekbeperkingen.

Keuze
De reacties op de twee varianten om de renteaftrek te beperken lopen immers sterk uiteen. Dat is begrijpelijk, want afhankelijk van de feitelijke positie van een bedrijf wordt het door de ene maatregel veel sterker geraakt dan door de andere. Het ministerie wil tot een definitieve keuze komen.

Maar moet er tussen de twee varianten wel worden gekozen, of zou de keuze niet beter aan de belastingplichtige overgelaten kunnen worden? Het moge duidelijk zijn dat hij dan kiest voor de voor hem meest voordelige variant, wat ertoe leidt dat de verwachte opbrengst van de renteaftrekbeperkende maatregelen lager wordt dan bij een keuze door de wetgever.

Werkloosheid
De vraag is echter of dat erg is als daardoor voorkomen kan worden dat een sector onevenredig hard wordt geraakt, dan wel dat binnen- of buitenlandse investeerders worden afgeschrikt om in Nederland te investeren, terwijl de verwachting is dat de werkloosheid op korte termijn sterk gaat oplopen en elke dag in de krant te lezen valt dat bedrijven nu al grote problemen hebben om aan de bankconvenanten te blijven voldoen.

Om al te opportunistisch gedrag te voorkomen, kan – net zoals destijds bij de optionele rentebox – worden voorgeschreven dat een keuze voor tenminste drie jaar geldt.

Kort gezegd, ben ik van mening dat we niet moeten kiezen of delen, maar kiezen én delen!

Roland Brandsma is hoofd van het Wetenschappelijk Bureau van PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs. Tevens is hij hoogleraar aan de Universiteiten van Amsterdam en Nyenrode.

Tip de redactie