AMSTERDAM - Curatoren constateren dat ict-leveranciers misbruik maken van de cruciale rol van ict voor administratie om voorrang te krijgen voor hun openstaande rekeningen.

Deze praktijk is nu overduidelijk aan het licht gekomen bij het recente faillissement en de eerst geplande doorstart van kledingconcern Oilily, meldt z24. Dat bedrijf heeft begin dit jaar uitstel van betaling gekregen, waardoor 198 crediteuren op hun geld moeten wachten of ernaar kunnen fluiten. SaaS-leverancier Siennax dreigde echter de stekker uit de ict-infrastructuur van Oilily te halen als die zijn openstaande rekeningen niet betaald kreeg.

Curator
Kassa's en de backend-administratie zouden dan niet meer toegankelijk zijn. Dat bemoeilijkt het werk van de curator, die in dit geval zelfs bezig is met een doorstart voor Oilily. Normaliter is alleen het energiebedrijf verplicht zijn diensten te blijven aanbieden wanneer een bedrijf uitstel van betaling heeft gekregen.

Eventuele inkomsten, bijvoorbeeld uit de verkoop van bedrijfsonderdelen, gaan eerst naar de huur van het kantoor en het salaris van de curator. Daarna komt de belastingdienst en vervolgens pas het rijtje reguliere leveranciers en schuldeisers, waaronder dus ook de aanbieder van ict-producten en diensten.

ICT
Doordat de bedrijfsvoering van een hedendaagse onderneming echter afhankelijk is van ict, kan een bedrijf niet zonder. Ook niet als er sprake is van volledig faillissement en dan ontbinding, al dan niet met verkoop van de boedel. De bezittingen en de waarde daarvan zit immers ook besloten in het ict-systeem.

"Als je binnenkomt, is een van de eerste vragen: wie doet hier de ict?", vertelt insolventiespecialist Rocco Mulder van Pot Jonker Seunke aan z24. Seunke is ook voorzitter van Insolad, de Vereniging Insolventierecht Advocaten. "Bijna alles is tegenwoordig gedigitaliseerd."

Betalingen
Curator Sander van Elst van advocatenkantoor Korvinus Abeln vertelt aan z24 dat in theorie betalingen aan ict-beheerders of -licentiehouders van software meteen stoppen en dus de leveringen ook.

Insolventiejurist Marc Molhuysen van DLA Piper, die nu bewindvoerder is voor het doorstartende kledingbedrijf, is dan ook naar de rechter gestapt. Hij vroeg en kreeg in dat kort geding een verplichting voor de ict-leverancier om de infrastructuur in de lucht te houden. De rechter gaf Oilily een maand gebruik van de ict-omgeving, tegen betaling voor die periode. De nog openstaande rekeningen bleven echter onbetaald.

Gevaarlijk
Ceo Herb Prooy van Siennax heeft al gewaarschuwd dat dit een gevaarlijk precedent is. Hij ontkent ook dat er sprake was van een dwangmiddel om de ict-infrastructuur lam te leggen. Zijn bedrijf wou simpelweg de capaciteit inzetten voor een nieuwe klant.

Bovendien zouden de kassasystemen van Oilily gewoon kunnen doorwerken zonder de backend-applicatie. "Natuurlijk, consolidatie van de cijfers was allemaal niet zo makkelijk geweest, maar zeker niet onmogelijk. Daarbij wisten wij dat ze bij eventuele doorstart geen gebruik meer zouden maken van onze diensten."