Hoewel de aanpassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (Bof) wordt gepresenteerd als een verruiming en vereenvoudiging, is ze in een aantal opzichten juist fors beperkt. Dit kan voor familiebedrijven tot ongewenste en onbedoelde fiscale gevolgen leiden.

Door Xavier Auerbach | PricewaterhouseCoopers

De staatssecretaris van Financiën heeft onlangs het wetsvoorstel tot aanpassing van de Successiewet bij de Tweede Kamer ingediend. Een belangrijk onderdeel van het wetsvoorstel is een aantal aanpassingen van de zogeheten Bof. Dit is een fiscale faciliteit bij de verkrijging, via vererving en schenking, van ondernemingsvermogen in de vorm van bijvoorbeeld een bv.

De Bof stelt deze verkrijging voor negentig procent vrij van schenkings- of successierecht, mits de verkrijger de onderneming vijf jaar voortzet. De resterende tien procent van het verkregen ondernemingsvermogen is belast tegen de normale tarieven in de erf- en schenkbelasting. Bij verkrijging door kinderen gelden de volgende tarieven: tien procent over de eerste 125.000 euro en twintig procent over het meerdere.

Vijf procent
Als de erfgenaam aandelen verkrijgt in een (houdster)vennootschap die zelf geen onderneming drijft, kan onder de huidige regels de Bof toch worden toegepast. Voorwaarde is dat de houdstervennootschap de aandelen bezit van een werkmaatschappij en dat de houdstervennootschap (mede) het beleid bepaalt van de werkmaatschappij.

Deze beleidseis komt in de voorstellen echter te vervallen. Voor de Bof is uitsluitend nog bepalend dat de erflater een (indirect) belang van ten minste vijf procent had in de werkmaatschappij.

Nu onder de nieuwe regels geen andere betrokkenheid meer wordt vereist dan het zijn van kapitaalverschaffer, zou het logisch zijn om alle vormen van kapitaalverschaffing onder de Bof te laten vallen. Ongeacht percentage of vorm.

Preferente aandelen
De nieuwe regels luiden echter anders. Bij grotere familiebedrijven komt het regelmatig voor dat alle aandelen in handen zijn van een familie die het beleid bepaalt, maar waarvan het belang per individueel familielid beneden de vijf procent ligt. In tegenstelling tot bij de huidige regel valt dit belang van vijf procent per 1 januari 2010 niet meer onder de Bof.

Onder de nieuwe regels kan bovendien ook de houder van preferente aandelen in beginsel niet langer gebruikmaken van de Bof. Dit is alleen anders als de preferente aandelen zijn gecreëerd bij een bedrijfsopvolging bij leven, waarbij aan de bedrijfsopvolger gewone aandelen worden uitgegeven en waarbij het bestaande aandelenbelang van de zittende ondernemer wordt omgezet in (cumulatief) preferente aandelen (een zogenoemde gefaseerde bedrijfsopvolging). Dit betekent dat familiebedrijven zich in alle andere situaties niet meer kunnen financieren met preferente aandelen.

Strijdig
Deze gevolgen zijn volgens mij strijdig met de basis van de Bof, namelijk dat de continuïteit van de familieonderneming niet in gevaar gebracht mag worden als gevolg van erf- of schenkingsbelasting. Ik pleit er daarom voor dat ook preferente aandelen en belangen beneden de vijf procent onder de Bof gaan vallen, indien de familie als geheel een belang van ten minste vijf procent heeft in de onderneming.

Xavier Auerbach is verbonden aan de Private Wealth Solutions Group van PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs.