DEN HAAG - Nederlanders zijn slecht op de hoogte van de maatregelen die het kabinet neemt om de economische crisis te bestrijden. Dat meldt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) donderdag op grond van gesprekken die het heeft gevoerd met groepen Nederlandse burgers.

Volgens het SCP kwam uit die gesprekken naar voren dat maar weinig mensen weten wat het crisisbeleid van de regering precies inhoudt. Mensen hebben het gevoel dat het kabinet zich geen raad weet met de problemen en die voor zich uitschuift. Zijn kunnen maar weinig concrete maatregelen opnoemen die het kabinet heeft genomen of nog wil nemen.

De aanpak van de 'graaicultuur' kan wel op instemming rekenen. Maar velen blijven kritisch over de topsalarissen in zowel de publieke als de private sector. Ook twijfelen ze aan het nut van overheidsinvesteringen in de financiële sector. Banken houden de hand nog altijd op de knip, is de overtuiging.

Ontwikkelingshulp
Als Nederlanders zelf een rijksbegroting mochten opstellen, zou het merendeel bezuinigen op ontwikkelingshulp (80 procent), defensie (76 procent) en kunst, cultuur en wetenschap (50 procent). De gezondheidszorg (82 procent) en orde en veiligheid (59 procent) zouden juist op meer geld kunnen rekenen.

In het tweede kwartaal was volgens het SCP iets minder dan de helft (48 procent) van de Nederlanders somber over de economie. Dat is beduidend minder dan in het eerste kwartaal, toen nog bijna twee derde (65 procent) een verslechtering van de economie verwachtte. Het onderzoek is gehouden voor het CPB zijn raming van de economische krimp bijstelde van 3,5 naar 4,75 procent.

Zorgen
Relatief weinig Nederlanders (17 procent) maken zich zorgen over hun eigen financiële situatie. Van alle groepen maken gepensioneerden (28 procent) zich daar het meest druk om. Dat percentage ligt hoger dan in het voorgaande kwartaal.

Het vertrouwen in de overheid is vergeleken met het eerste kwartaal licht afgenomen. Nu geeft 55 procent aan vertrouwen te hebben in het kabinet. Het parlement krijgt van 58 procent van de Nederlanders een voldoende. Dat was in het eerste kwartaal respectievelijk 59 en 61 procent.