Staatssecretaris De Jager van Financiën moet de vereenvoudiging van de deelnemingsvrijstelling direct laten ingaan, betoogt Roland Brandsma.

Door Roland Brandsma | PricewaterhouseCoopers

Staatssecretaris De Jager van Financiën heeft voorgesteld om de deelnemingsvrijstelling te vereenvoudigen. Daarmee poetst hij een regeling op die tot voor kort gold als een van de pareltjes van het Nederlandse vestigingsklimaat. Laat de voorgestelde wijziging dan ook zo snel mogelijk ingaan.

De deelnemingsvrijstelling is bedoeld om te voorkomen dat multinationals dubbel belasting betalen als de winsten van een dochter worden uitgekeerd aan de moedermaatschappij. De fiscale faciliteit is voor Nederlandse en buitenlandse bedrijven vaak een reden geweest om hun regionale of wereldwijde hoofdkantoor in Nederland te vestigen.

Sinds de belastingherziening van het vorige kabinet (‘Werken aan winst’) is diezelfde deelnemingsvrijstelling onbedoeld een bron van grote ergernis geworden. Bedrijven moeten continu aantonen dat zij kwalificeren voor de regeling, wat heel veel administratieve rompslomp meebrengt.

Oogmerk
Staatssecretaris De Jager wil nu een oogmerktoets invoeren. Die houdt in dat de Belastingdienst bekijkt waarom een onderneming een binnenlands- of buitenlands bedrijf overneemt en deze vervolgens als deelneming aanhoudt. Als dat gebeurt in het kader van de bedrijfsuitoefening, geldt de deelnemingsvrijstelling. Als de oogmerktoets niet toereikend is, kijkt de fiscus naar de belastingdruk of de bezittingen van de dochtervennootschappen van de in Nederland gevestigde onderneming.

De wetgever wil namelijk voorkomen dat beleggingen worden weggestopt in zogenoemde ‘taxhavens’. Ook wil zij voorkomen dat er vanuit dergelijke taxhavens groepsleningen worden verstrekt aan de vennootschappen in ‘gewoon’ belaste landen waardoor de rente tegen een hoog tarief wordt afgetrokken, terwijl de renteopbrengsten in het belastingparadijs nagenoeg onbelast blijven.

Koppeling
Het voorstel van de staatssecretaris legt veel meer een koppeling tussen beleggingen en taxhavens. Beleggingen en groepsvorderingen in hoogbelaste landen leiden daardoor niet langer tot een (onterecht) probleem. Multinationals hoeven niet constant te bewijzen dat ze geen misbruik maken van de regeling, wat een hoop bureaucratie scheelt en het Nederlandse vestigingsklimaat verbetert belangrijk.

De ideeën van De Jager maken deel uit van een pakket aan maatregelen tot wijziging van de vennootschapsbelasting, die waarschijnlijk op 1 januari 2010 van kracht worden. Bedrijven zouden echter niet zo lang moeten hoeven wachten. Ik stel voor dat multinationals per direct gebruik kunnen maken van de deelnemingsvrijstelling-nieuwe-stijl. Mochten er toch nog omissies boven water komen, kan dat met terugwerkende kracht hersteld worden.

Roland Brandsma is hoofd van het Wetenschappelijk bureau van PricewaterhouseCoopers en hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en Nyenrode.