Werkloosheid OESO-landen zet opmars voort

AMSTERDAM - De werkloosheid in de 29 rijke landen die deel uitmaken van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) is in mei verder gestegen tot 8,3 procent.

In april noteerde de OESO nog een werkloosheid van 8,0 procent. Daarmee zet het percentage zijn gestage opmars die vorig jaar begon onverminderd voort. Onder invloed van de recessie waarin veel landen zich bevinden, is de werkloosheid in de geïndustrialiseerde wereld terug op het niveau van begin jaren-90.

Cijfers
Overeenkomstig cijfers die de afzonderlijke landen eerder rapporteerden, kwam de werkloosheid in de eurozone in mei uit op 9,5 procent tegen 9,3 procent in april. In de Verenigde Staten bereikte de werkloosheid in juni 9,5 procent van 9,4 procent in mei.

In Spanje, het land met de hoogste werkloosheid van alle 29 bij de OESO aangesloten landen, steeg de werkloosheid ook verder. Het percentage kwam uit op 18,7 procent in mei tegen 18,0 procent een maand eerder. Vooral het instorten van de bouwsector stuwde de werkloosheid hier op tot de hoogste stand gemeten sinds de aanvang van de statistieken begin jaren-70.

Landen
Andere landen waar in mei meer dan een tiende van de beroepsbevolking aan de kant stond zijn: Hongarije (10,2 procent), Ierland (11,7 procent), Slowakije (11,1 procent) en Turkije (12,6 procent in maart).

Nederland is met 3,2 procent in mei niet langer het land met de laagste werkloosheid binnen de OESO. Het laatste cijfer voor Noorwegen was 3,1 procent in april, een daling ten opzichte van de 3,2 procent in maart.

Daling
Voor het Nederlandse percentage ligt voorlopig vrijwel zeker geen daling in het verschiet. Het Nederlandse Centraal Planbureau (CPB) voorspelde onlangs dat de werkloosheid (niet geharmoniseerd) in 2010 op zal lopen naar 9,5 procent.

Tip de redactie