Particulier onderwijs

In de meeste Europese landen domineert staatsonderwijs. Zowel middelbare scholen als universiteiten zijn een collectief goed. Het beleid van de onderwijsinstellingen wordt door de centrale overheid bepaald. De verschillen tussen de instellingen zijn dan ook verwaarloosbaar en niet echt merkbaar voor scholieren en studenten.

Door Fred Huibers | Het Haags Effektenkantoor

Daarmee is een belangrijke doelstelling van het collectief onderwijs behaald: een egalitair systeem dat voorspelbaar is en toegankelijk voor vrijwel iedereen.

Met name de Angel-Saksische landen kennen een duaal systeem waarbij - zeker op universitair niveau - de particuliere sector minstens zo voornaam is als het met publieke middelen gefinancierd onderwijs.

Universiteiten onderscheiden zich op talloze fronten: de kwaliteit van het onderwijs, de specialisatie van faculteiten, de kwaliteit van de faciliteiten, etcetera. Het gevolg is dat in deze landen universiteiten zich hebben ontwikkeld als instituten van wereldklasse.

Top twintig
Volgens de gangbare ranglijsten zoals de Shanghai Jiaotong lijst of the Times Higher Education ranking zijn van de top twintig universiteiten op de wereld maar liefst 17 Amerikaanse universiteiten. Er zit overigens niet één universiteit bij uit continentaal Europa.

Dit lijkt een belangrijk voordeel van het duale systeem te onderstrepen: kwaliteit. Sommige particuliere universiteiten weten met succes de opwaartse spiraal op te pakken die ontstaat als een goede reputatie bij studenten en docenten op haar beurt weer de beste studenten en docenten in de toekomst blijft aantrekken.

Achtergrond
Er kleeft echter een nadeel aan dit systeem: studenten die aan de beste universiteiten studeren hebben overwegend een hogere socio-economische achtergrond dan het gemiddelde van de studenten bevolking. Niet in de laatste plaats omdat het college geld voor velen te hoog is.

 

Het overwegend collectieve systeem, kent geen hoog collegegeld. Een nadeel van het systeem is de massaliteit. Doordat er bijzonder weinig stimulansen zijn die de betere studenten aanzetten om maximaal hun talenten te ontplooien, bestaat er overwegend een door onze premier Balkenende treffend omschreven "zesjescultuur".

Waarom je inspannen voor een negen als het verschil met een zes voor een tentamen net zo goed wordt gevonden?

Een systeem dat inzet op een gemiddeld resultaat, zal in de loop van de tijd steeds verder onder het beoogde gemiddelde gaan scoren om de eenvoudige reden dat er weinigen zijn die boven dat gemiddelde willen scoren.

 

Selectie
De respons om op kleine schaal "selectie bij de poort" toe te staan en "excellente instituten" binnen de Rijksuniversiteiten op te richten zijn te halfslachtig en tot mislukken gedoemd. Een belangrijke voorwaarde om voor een (particuliere) universiteit kwaliteiten te ontwikkelen die zich kunnen meten met de huidige (Amerikaanse) topuniversiteiten is dat de eerder genoemde opwaartse spiraal in werking gezet wordt.

Dat betekent eerst een diepte investering om studenten en aankomende docenten te overtuigen dat deze ambitieuze universiteiten menens is om de kwaliteitsslag te maken. Zolang dat niet gebeurt, blijft het bij dagdromen bij de Europese Ministeries van Onderwijs.

Fred Huibers is partner bij Het Haags Effektenkantoor

Tip de redactie