BRUSSEL - De Europese Unie is nog niet klaar om met één stem te spreken in de internationale financiële instellingen, zoals het IMF. Dit zei voorzitter Jose Manuel Barroso van de Europese Comissie maandag tijdens een persconferentie in Brussel.

De EU-landen zijn wel in staat tot een meer samenhangende vertegenwoordiging, denkt Barroso.

Onder meer de Verenigde Staten en Japan hebben kritiek op de grote invloed van de West-Europese landen in het IMF. De VS en Japan pleiten daarom voor een zogenoemde Eurostoel, die Nederland en andere EU-landen of eurolanden moet vertegenwoordigen. De Europese lidstaten zijn echter niet zo happig om hun nationale zetel in het IMF en andere internationale fora, zoals de G8, op te geven.

Eurostoel
De Europese Commissie is zelf groot voorstander van een 'Eurostoel' bij het IMF. ,,Dit is wel degelijk het goede moment. We moeten niet tien jaar wachten, maar nu beslissen'', zei EU-commissaris Joaquin Almunia (Economische Zaken) maandag na beraad van de ministers van eurolanden in Brussel.

De EU-commissaris zei dat sommige landen hem steunen, maar niet alle. "Sommige denken nog op de korte termijn. Maar op lange termijn is dit de beste weg'', aldus Almunia, die wel steun kreeg van de Luxemburger Jean-Claude Juncker die het beraad van euroministers voorzat.

Bos
Minister Wouter Bos (Financiën) toonde maandag aarzelingen over het plan van een gezamelijke EU-vertegenwoordiger in het IMF, dat ruim 100 miljard euro heeft geleend aan landen. "In principe sta ik niet vooraan om de bestaande positie in te leveren'', aldus de minister.

Nederland heeft de elfde plaats wat betreft stemkracht in het IMF en vertegenwoordigt ook een aantal donorlanden in het IMF. "Ik vind dat we niet meer dan normaal vertegenwoordigd zijn'', zei Bos.

Regeringsleiders hebben vorig jaar enkele afspraken gemaakt over betere vertegenwoordiging van de opkomende economieën. "Dat mag best sneller'', zei Bos. "Ik sta best open voor een volgende ronde van afspraken hierover, maar dan moet die gepaard gaan met zwaardere financiële bijdragen van opkomende economieën.''

Bos vindt dat Nederland herkenbaar moet blijven in de financiële instelling: "Ons land staat in de top tien van landen als het gaat om ontwikkelingssamenwerking en we hebben een grote economische sector''.