De ene depressie is de andere niet

Volgens de Van Dale zijn er drie betekenissen voor het begrip depressie. Nu we in een van de mooiste zomers zitten kunnen we ons bijna niets meer indenken bij het begrip lagedrukgebied. De andere twee definities zijn een stemmingsstoornis of economische inzinking.

Door Michael Toorop | PlusPost, opiniekrant voor sociaal liberalen en ondernemers

Ook al worden met de laatste twee definities verschillende verschijnselen bedoeld, ze hebben toch ook met elkaar te maken. Een stemmingsstoornis bij de consument heeft grote invloed op de stand van de economie.

Puur economisch gezien is een depressie een langdurige recessie. Een oude mop zegt dat bij een recessie je buurman zijn baan verliest en bij een depressie verlies jij je baan.

Overconsumptie
Ik sprak van de week een succesvol ondernemer die denkt dat de grote klap nog moet komen. Daarbij wees hij op de jarenlange overconsumptie, de enorme schulden en het gemis aan de wil om de komende jaren fysiek de armen uit de mouwen te steken tegen hetzelfde of bij voorkeur minder loon.

Terwijl hij de ellende van de afgelopen anderhalf jaar goed zag aankomen, moest ik in een keer denken aan al die analisten die de neiging hebben om te extrapoleren. Het is menselijk om gebeurtenissen door te (blijven) trekken in de toekomst. Toch wordt er dan te weinig rekening gehouden met nieuwe ontwikkelingen, het vergroten van de arbeidsproductiviteit en efficiency.

Grotere depressie
Als we het over de huidige recessie hebben spreekt Dr. Krassimir Petrov over de tweede grote depressie en Doug Casey over de grotere depressie.

Gelukkig zijn er ook tal van analisten die zich voorzichtig wagen aan voorspellingen over een eventueel economisch herstel, zij het dit jaar, zij het volgend jaar of over twee jaar en spreken "slechts" over de grootste depressie sinds de tweede wereld oorlog.

Er zijn een aantal overeenkomsten tussen de huidige situatie en de grote depressie zoals de sterk gestegen aandelen- (de jaren negentig) en huizenprijzen (2000 - 2007). Een patroon dat lijkt op de jaren twintig van de vorige eeuw. In beide gevallen was er sprake van hefboomwerking.

Hefboom
In de jaren twintig en dertig was het toegestaan om 90 procent op je aandelen te lenen. Had je 100 dollar, dan kon je dus voor 1000 dollar aandelen kopen. Het gevolg was wel, dat wanneer de aandelen met meer dan 10 procent van het geïnvesteerde bedrag daalden, de belegger meer dan zijn oorspronkelijke investering  kwijt was.

Juist vanwege deze hefboom heeft de Amerikaanse Centrale Bank (the Federal Reserve) dit percentage terug gebracht naar 50 procent.

In beide perioden werd er gesjoemeld. Fraude is van alle tijden. In de afgelopen jaren waren dat bedrijven zoals Enron, Ahold, Easylife en Worldcom of mensen zoals Madoff en René van den Berg.

Juist om dergelijke fraude te voorkomen, werd destijds de beurswaakhond SEC opgericht. Beide perioden worden ook gekenmerkt door ondoorzichtigheid. Ondanks alle wetten en maatregelen zijn de markten door de introductie van allerlei nieuwe producten er niet transparanter op geworden.

Schulden
Wat nu erger is dan destijds zijn de schulden. Tijdens de grote depressie waren de gecombineerde schulden in de VS 250 procent van het Amerikaanse Bruto Nationaal Product. Inmiddels zijn de totale schulden meer dan 350 procent van het Amerikaanse Bruto Nationaal Product.

Een groot verschil zijn de derivaten. Tachtig jaar geleden kende men geen opties, termijncontracten in financiële waarden, (drie-)dubbele trackers enz. Deze derivaten worden door meesterbelegger Warren Buffet niet voor niets financiële massavernietigingswapens genoemd.

In 1991 handelden de Amerikaanse banken in derivaten waarvan de waarde van de onderliggende vermogensbestanddelen net zo groot was als het Amerikaanse Bruto Nationaal Product. In 2006 was dit al tien keer het BNP. Een trend die bijna overal in de wereld waar te nemen was.

Uiteraard is de recessie nog niet ten einde, maar de krimp van bijvoorbeeld de Amerikaanse economie schommelt nu rond de 5,5 a 6 procent. In 1930 daalde deze met maar liefst 40 procent. In 1933 kende de Amerikanen een werkloosheidspercentage van 24,9 procent.

Ook in Nederland sloeg de crisis hard toe. Het aantal werklozen in ons land liep 1936 op tot 480.000. Voor volgend jaar rekent ons Centraal Plan Bureau op 730.000 werklozen. Dat zou op een percentage van 9,5 procent uitkomen, hetgeen maar liefst 10 procent onder dat van de jaren dertig ligt.

Instelling
Ten slotte lijkt het grootste verschil met de jaren dertig de instelling van de overheden. De overheden nu zijn aanmerkelijk actiever en doen er alles aan om de economie te stimuleren.

Destijds trokken overheden zich juist terug en waagden zich aan protectionistische maatregelen. Ondanks alle economische problemen die er zijn er die nog op ons afkomen denkt ik dat deze recessie (of depressie als u wilt) niet de impact zal krijgen als die van de jaren dertig.
 

Tip de redactie