Loonstijging in cao's tot nu toe 3,2 procent

DEN HAAG - De lonen stijgen volgens cao-afspraken tot nu toe dit jaar gemiddeld met 3,2 procent. Dat is evenveel als de stijging van cao-lonen over heel 2008. Dat blijkt uit de Voorjaarsrapportage cao-afspraken 2009 die minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken) donderdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Het kabinet heeft dit voorjaar nog met werkgevers en de vakbeweging op centraal niveau afgesproken dat de lonen gematigd moeten worden wegens de economische crisis. Donner stelt dat een groot deel van de loonstijgingen die zijn meegeteld in de Voorjaarsrapportage, al voor 2009 zijn afgesproken.

De minister noemt het verder belangrijk dat de laagste cao-lonen steeds dichter bij het niveau van het minimumloon komen te liggen.

De laagste loonschalen lagen in 2008 gemiddeld 3,9 procent boven het minimumloon. Dat is een daling van 0,2 procentpunt ten opzichte van 2007. Volgens Donner wordt het zo financieel aantrekkelijker voor werkgevers om mensen in dienst te nemen.

Opleidingsbudget
Donner stelt ook vast dat werkgevers en vakbonden in cao's meer afspraken maken over scholing. Vorig jaar kende een kwart van de cao's afspraken over een persoonlijk opleidingsbudget, tegen een op de vijf in 2007.

Afspraken over het vastleggen en verbeteren van de kwaliteiten die werknemers zonder diploma's hebben dankzij hun (werk)ervaring nemen eveneens toe: van 23 naar 32 procent.

Er is bovendien een groei te zien in afspraken over werkervaringsplaatsen. Vorig jaar werden in een kwart van de cao's plekken vrijgemaakt voor onder meer jongeren en langdurig werklozen om in de praktijk een beroep te leren, tegen 15 procent eerder. Leerwerkplekken zijn volgens het kabinet en sociale partners op centraal niveau een goede manier om met de economische crisis de stijgende jeugdwerkloosheid het hoofd te bieden.

Tip de redactie