Voor de tweede keer in enkele maanden maakt onze prille uitgeverij de gang naar de rechtbank. We bestaan nog geen vier maanden, maar hebben inmiddels al heel wat juridisch wapengekletter achter de rug. Een gewonnen kort geding tegen de concurrent, en nu staat de bodemprocedure tegen dezelfde concurrent op de rol bij de rechtbank.

Het kort geding dat onze concurrent tegen ons had aangespannen, hebben we inmiddels gewonnen. 1-0 voor ons dus. De tegenpartij heeft niet aannemelijk kunnen maken dat wij niet over eenzelfde adressenbestand zouden kunnen beschikken zonder dat van hen ontvreemd te hebben.

We hebben - gewoon legaal - een zelfde adressenbestand van de Kamer van Koophandel gekocht, en via allerlei samenwerkingsverbanden én (leve het internet!) hebben we zelf volop adressen verzameld. Bovendien hebben we keurig een officiële licentie voor de software om deze adressen op te slaan en te bewerken in onze database. De eis tot schadevergoeding van maar liefst een ton is dan ook van tafel geveegd en niet meer ter sprake gekomen. Terecht, zo zonder enige onderbouwing met concrete cijfers.

Nu gaan we de volgende fase in: de bodemprocedure die deze concurrent ook tegen ons heeft aangespannen, en de reden van de inval in maart door bedrijfsrecherche, deurwaarder etc. om bewijsmateriaal tegen ons te verzamelen. Bij de bodemprocedure hoeven we gelukkig niet direct persoonlijk te verschijnen, maar kunnen we in eerste instantie schriftelijk reageren op de aanklacht. Weer een andere rechter dan bij het kort geding zal zich over de kwestie buigen.

Mijn partner en ik zitten nu gebogen over een grote stapel documenten. Kopieën van facturen en overeenkomsten, arbeidscontracten bij onze voormalige werkgever (nu dus concurrent), dagvaarding van het kort geding en van de bodemprocedure, het verslag van de inval om conservatoir bewijsbeslag te leggen door de bedrijfsrecherche en de deurwaarder: het hele bureau ligt bezaaid.

Onze advocaat heeft er plezier in, en heeft een prachtige zogenaamde conclusie van antwoord geschreven. Aan ons nu de taak om de inhoud nog wat aan te scherpen en te onderbouwen met allerlei bewijsstukken. Inmiddels is onze juridische kennis behoorlijk bijgespijkerd, en weten we natuurlijk als geen ander hoe we ons moeten verweren. Als voormalig werknemers weten we tenslotte precies hoe de vork in de steel zit bij onze concurrent.

Een paar uur verder is het definitieve stuk klaar. Gedegen, onderbouwd, spits: we zijn er klaar voor. Nu maar hopen dat de rechter het met ons eens is, maar aan ons betoog zal het niet liggen. Op hoop van zege(n) versturen we de stukken naar de rechtbank...

(wordt vervolgd)

Ilse de Boer is eigenaar van IDB Communicatie, directeur van de Beauty Media Group en uitgever/hoofdredacteur van Nail Design Magazine. Voor meer informatie: www.idb-communicatie.nl.