DEN HAAG - Regeringspartijen CDA, PvdA en ChristenUnie zitten niet op één lijn als het gaat om de beoordeling van alternatieven die werkgevers en de vakbeweging in de Sociaal-Economische Raad (SER) mogen aandragen voor een verhoging van de AOW-leeftijd.

Voor het CDA moet het advies, dat voor 1 oktober wordt verwacht, aan meer eisen voldoen dan voor de PvdA en ChristenUnie.

Dat bleek donderdag tijdens een debat in de Tweede Kamer over de kabinetsplannen om de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen van 65 naar 67 jaar. PvdA-Kamerlid Roos Vermeij en haar collega Cynthia Ortega van de ChristenUnie wezen erop dat afgesproken is dat het aangedragen alternatief door de SER, net als de hogere AOW-leeftijd, 4 miljard euro moet opleveren.

Maar CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt zei dat zijn partij daarnaast het SER-advies nog zal toetsen op de vraag of het de arbeidsparticipatie vergroot en de positie van pensioenfondsen versterkt. Ook mag het geen lastenverzwaring betekenen.

Arbeidsdeelname
De ChristenUnie vindt het ook van belang dat in alternatieve maatregelen de arbeidsdeelname van zo veel mogelijk mensen wordt gestimuleerd. Maar Ortega benadrukte net als haar PvdA-collega Vermeij dat de sociale partners alle ruimte moeten krijgen om alternatieven aan te leveren.

Zowel voor de kleinste regeringspartij als voor de PvdA zal het SER-advies een "zwaarwegende rol" spelen in de besluitvorming.

Onnodig
SP-Kamerlid Paul Ulenbelt was tijdens het debat de enige die ingrijpen in de AOW onnodig noemde. Hij sprak van drogredenen en demagogie van het kabinet. Minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken) wierp tegen dat hij de gevolgen van de vergrijzing op de voorzieningen, zoals de AOW en de zorg, miskent. Zonder een verhoging van de AOW-leeftijd zijn volgens Donner bijvoorbeeld veel pijnlijkere bezuinigingen in de zorg nodig.

Verder stelde Omtzigt van het CDA dat aanpassing van de AOW op zijn vroegst 1 januari 2015 zou kunnen, omdat tot die tijd bijvoorbeeld nog het overgangsregime geldt voor eerder genomen maatregelen in het beperken van VUT- en prepensioenregelingen.

(c) ANP