NEW YORK - De koersen op de effectenbeurzen in New York eindigden vrijdag op ongeveer hetzelfde niveau als een dag eerder. Aanvankelijke opluchting over arbeidsmarktcijfers die minder slecht uitvielen dan verwacht, hield geen stand. De meeste winsten verdwenen gedurende de dag dan ook van de borden.

Uiteindelijk boekte alleen de Dow-Jonesindex een kleine plus. De index van dertig grote fondsen sloot 12,89 punten hoger op 8763,13 punten, een winst van 0,2 procent.

De breder samengestelde S&P 500 noteerde een verlies van 0,3 procent (2,37 punten) bij 940,09 punten. Schermenbeurs Nasdaq eindigde op 1849,42 punten, een fractie (0,6 punt) lager dan de slotkoers van donderdag.

Banenverlies
Het Amerikaanse ministerie van Arbeid meldde voor aanvang van de handel dat er in de Amerikaanse economie (afgezien van de agrarische sector) in mei 345.000 banen verloren gingen. Daarmee viel het banenverlies tot verrassing van analisten veel lager uit dan in april. De werkloosheid in de Verenigde Staten liep door het nog altijd forse verlies aan werkgelegenheid echter wel op tot 9,4 procent in mei.

Zowel in Europa als in de VS reageerden de beurzen opgetogen op het meevallende bericht. In New York verdween het enthousiasme uiteindelijk echter naar de achtergrond. "Eens zal de markt zich realiseren dat nieuws dat minder slecht is dan verwacht nog steeds slecht nieuws is", vatte een Amerikaanse analist de situatie samen.

Industriële fondsen

Net als een dag eerder stonden vooral industriële fondsen in de plus. Vliegtuigbouwer Boeing voerde de Dow Jones aan met een koerswinst van 4,1 procent. Computer- en printerfabrikant Hewlett-Packard kreeg er 3,5 procent bij, aluminiumproducent Alcoa werd 2,3 procent meer waard.

Het farmacieconcern Merck & Co was met een koersdaling van bijna 2 procent een van de grootste verliezers in de hoofdindex. Het bedrijf moest vrijdag opnieuw teleurstellende testresultaten van een nieuw medicijn slikken, ditmaal van een middel tegen hartfalen waar het concern hoge verwachtingen van heeft.

Olieprijs
De olieprijs, die vlak voor de opening van Wall Street met 70,32 dollar per vat (van 159 liter) nog het hoogste niveau van de afgelopen zeven maanden bereikte, ging met 0,5 procent omlaag tot 68,45 dollar. Olieconcern Chevron leverde hierop 0,6 procent van zijn beurswaarde in. Het aandeel ExxonMobil was aan het einde van de dag een dollarcent goedkoper dan een dag eerder.

Op de valutamarkt werd voor de euro 1,3970 dollar betaald. Bij het slot van de beurzen in Europa eerder op de dag kostte een euro nog 1,3995 dollar.