DEN HAAG - De Hoge Raad spreekt zich vrijdag uit over drie grote zaken over omstreden effectenlease.

Het hoogste rechtscollege oordeelt over drie uitspraken die de gerechtshoven in Arnhem en Amsterdam hebben gedaan in zaken tegen de Belgisch-Franse bank Dexia, Levob en Aegon. Door de omstreden effectenlease en tegenvallende koersontwikkelingen van aandelen, bleven veel betrokken beleggers in plaats van met een winst, met een schuld zitten.

De deelnemers voelden zich misleid en kwamen uiteindelijk in het geweer tegen de banken. Dexia was toen veruit de grootste aanbieder van aandelenlease in Nederland.

Aansprakelijk
Het gerechtshof in Arnhem besloot in 2008 dat Dexia aansprakelijk was voor 80 procent van de restschuld van de klanten. De bank hoefde de al betaalde rente en aflossing niet te vergoeden.

Het hof vond dat Dexia was tekortgeschoten in haar 'bijzondere zorgplicht' om de consument uitdrukkelijk en in niet te mis te verstane woorden te waarschuwen voor het risico van een restschuld. Ook had Dexia volgens het gerecht verzuimd inlichtingen in te winnen over de financiële positie van deelnemers.

De bank hoefde echter niet alle schuld te betalen, omdat de klanten zelf ook nalatig waren geweest.

Oordeel
Het hof in Amsterdam kwam in de Levob-zaak tot een ongeveer gelijkluidend oordeel als in de Dexia-zaak. Alleen werd Levob voor 60 procent van de restschuld aansprakelijk gesteld en de al betaalde rente en aflossing.

In de zaak tegen Aegon stelde het hof de financiële instelling aansprakelijk voor alle schade die de deelnemers aan hun effectenlease hadden geleden.

De Hoge Raad besluit vrijdag of de hierboven genoemde uitspraken in stand blijven of niet.