Nederland moet haast maken met de invoering van duurzame stimuleringsmaatregelen. Anders raken we in Europa verder achterop als het gaat om duurzaam ondernemen.

Door Klaas van den Berg | PricewaterhouseCoopers

Deze week werden weer de resultaten bekend van de Duurzaamheidbarometer van PricewaterhouseCoopers. En die waren voor het Nederlandse kabinet niet echt positief. Ruim driekwart van de onderzochte bedrijven vindt dat de overheid te weinig geld steekt in maatregelen die de economie duurzamer maken.

Het recente crisispakket zou dat nog maar eens onderstrepen. De twee miljard euro die het kabinet extra investeert in duurzame energie, waarvan 160 miljoen in windmolens op zee, kwalificeert men als ‘onvoldoende'.

Sceptische houding
Het valt mij op dat die sceptische houding aansluit bij eerder onderzoek waaruit blijkt dat Nederland wat betreft het succes van stimuleringsmaatregelen onder het gemiddelde presteert. In het Energierapport van het kabinet worden ook nauwelijks keuzes gemaakt.

Nederland kan veel opsteken van bijvoorbeeld Duitsland, waarbinnen Europa de jaarlijkse stijging van het aandeel duurzame energie het grootst is. Ik pleit sterk voor een versnelde invoer van de in het crisispakket aangekondigde garantieregeling voor investeringen in duurzame energie, naar Duits voorbeeld.

De Europese Unie moet overigens zelf ook een grotere rol op zich nemen. Europa dreigt op haar beurt namelijk terrein te verliezen op de Verenigde Staten. Momenteel ligt het aandeel ‘duurzaam' in de Europese energievoorziening rond de zeven procent. Dat is nog ver verwijderd van de beoogde twintig procent in 2020. Gelet op het huidige groeitempo zullen we dit doel alleen met heel veel investering en moeite bereiken. Coherent Europees beleid is hiervoor noodzakelijk.

Gefragmenteerd
Het huidige Europese stimuleringsbeleid is nu namelijk te gefragmenteerd. Concurrentie tussen lidstaten is in beginsel goed omdat die vaak leidt tot duurzame impulsen, maar wordt ongewenst zodra lidstaten grensoverschrijdende EU-doelstellingen uit het oog verliezen. Dit werkt destructief en ontmoedigend voor vooral duurzame koplopers, waaronder veel Nederlandse industriële bedrijven.

De taak van de EU zou zich meer moeten richten op het creëren van een gelijk speelveld aan maatregelen en voorwaarden die de Europese economie duurzamer maken. Per slot van rekening kennen de meeste duurzaamheidvraagstukken geen landsgrenzen.

Klaas van den Berg is werkzaam bij PricewaterhouseCoopers en geeft leiding aan de Nederlandse sustainability-praktijk.