AMSTERDAM - De Belastingdienst mag haar invorderingsbeleid tijdelijk versoepelen voor ondernemers met betalingsproblemen die direct gevolg zijn van de economische crisis. De ontvanger kan uitstel van betaling verlenen en de executiedatum bij beslag opschorten.

De ontvanger kan voor bepaalde tijd uitstel van betaling verlenen als de ondernemer aan de hand van een door een derde deskundige opgestelde verklaring aannemelijk maakt dat het gaat om werkelijk bestaande betalingsproblemen die het directe gevolg zijn van de economische crisis, van tijdelijke aard zijn en vóór een bepaald tijdstip zullen worden opgelost.

De verklaring van de deskundige bevat in ieder geval de elementen die zijn opgenomen in het model dat als bijlage bij het besluit is gevoegd. De ondernemer zal voor de betaling van de belastingschulden zoveel als mogelijk zekerheid moeten stelllen; onder omstandigheden kan dat ook uitmonden in een (bodem)beslag.

Uitstelbeleid
­Deze tijdelijke maatregel geldt naast het reguliere uitstelbeleid van art. 25.6. Leidraad Invordering 2008.

De belastingdeurwaarder stelt bij het opmaken van het proces-verbaal van beslag een verkoopdatum vast. Op deze datum vindt de openbare verkoop plaats, tenzij naar het oordeel van de ontvanger de onderneming van belastingschuldige levensvatbaar is en er tevens goede vooruitzichten bestaan op betaling van de achterstallige belastingschuld (tot verhaal waarvan het beslag is gelegd) in de toekomst.

In het laatste geval kan de ontvanger besluiten de verkoopdatum voor een door hem te bepalen termijn op te schorten onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat alle na het beslag opkomende (lopende) betalingsverplichtingen stipt worden nagekomen. Deze tijdelijke regeling derogeert aan art. 14.1.9 Leidraad Invordering 2008.

Tijdelijk
De beleidsmaatregelen zijn tijdelijk en zullen worden ingetrokken zodra de economische omstandigheden dit mogelijk maken. In ieder geval zullen deze maatregelen in het najaar van 2009 worden geëvalueerd.
­
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.