DEN HAAG - De werkgevers in de publieke sector krijgen te maken met een tegenvaller van 135 miljoen euro. Dat heeft te maken met de verhoging van de pensioenpremie met 1 procent door pensioenfonds ABP per 1 juli aanstaande, zo meldde het Verbond Sector Werkgevers voor de Overheid (VSO) vrijdag.

ABP moet de premies verhogen om de dekkingsgraad van het fonds te herstellen. Toen de premieverhoging werd aangekondigd ging men er volgens het VSO van uit dat de premieopslag niet tot een lastenverzwaring zouden leiden, omdat de VUT-premie omlaag ging.

Werkgevers betalen 4,4 procent VUT-premie. De verwachting was dat dit verlaagd zou worden naar 3,7 procent. In plaats daarvan is het 4 procent geworden per 1 juli.

Forse tegenvaller
"Dit hadden wij niet voorzien en het is een forse tegenvaller", aldus het VSO. Volgens de werkgevers in de publieke sector moeten er in nieuwe cao's afspraken gemaakt worden om op andere punten te bezuinigen. Voor cao's die al afgesloten zijn, gaat die vlieger niet op.

"Als er in cao of pensioenonderhandelingen geen verlichting wordt gevonden, vrezen wij een golf van reorganisaties in de publieke sector".