NEW YORK - Amerikaanse banken die onderworpen zijn aan een zogeheten stresstest moeten in totaal 75 miljard dollar (56 miljard euro) aantrekken om hun kapitaalreserves op peil te brengen. Die verwachting brachten financieel analisten van de Amerikaanse bank Citigroup woensdag naar buiten.

De verwachting van Citigroup is dat Wells Fargo 22 miljard dollar nodig heeft, terwijl KeyCorp en SunTrust Banks elk meer dan 3 miljard dollar aanvullend kapitaal moeten ophalen. Bank of America heeft volgens Citigroup het meeste geld nodig: 33 miljard dollar.

Het Amerikaanse stelsel van centrale banken, de Federal Reserve (Fed), onderwierp de negentien grootste banken van het land eerder dit jaar aan de stresstest. Daarbij werd gekeken of ze zich staande kunnen houden als de Amerikaanse economie verder verslechtert.

Buffers
De Fed kan banken verplichten hun buffers te versterken als ze te weinig vermogen hebben. Ze kunnen dat bijvoorbeeld doen door nieuwe aandelen uit te geven of bezittingen te verkopen. Ook kan het betekenen dat ze staatsgeld moeten accepteren.

Van de zestien banken die in de ogen van Citigroup het belangrijkst zijn, zullen er tien extra geld moeten ophalen, aldus de analisten. Daaronder bevinden zich onder meer US Bancorp en Capital One. Goldman Sachs, Morgan Stanley en JPMorgan Chase hebben naar verwachting genoeg geld in kas.

De analisten spraken zich niet uit over Citigroup zelf. De Amerikaanse krant The New York Times meldde woensdag dat deze bank 5 tot 10 miljard dollar moet ophalen.

De resultaten van de stresstest worden donderdag na sluiting van de Amerikaanse beurs bekendgemaakt. Dan wordt naar verwachting ook duidelijk welke banken extra geld nodig hebben.