AMSTERDAM - De Belastingdienst moet de overeenkomsten met grote ondernemingen openbaar maken. Dat blijkt uit een uitspraak van de rechtbank in Den Bosch.

In die convenanten is vastgelegd dat bedrijven zich aan afspraken houden in ruil voor minder controles of verlichting van administratieve lasten. Ook branches, zoals de sexindustrie, gingen dergelijke overeenkomsten aan.

In 2005 vroeg de redactie van Fiscaal up to Date met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) inzage in de overeenkomsten tussen de Belastingdienst en de 20 grootste bedrijven van Nederland. Daarbij ging het erom welke afspraken er nu precies zijn gemaakt en welke voordelen deze bedrijven nu daadwerkelijk krijgen voor de samenwerking.

Acceptabel
Volgens de Belastingdienst geven de afspraken vooral een formeel kader of iets fiscaal acceptabel is of niet niet. "Bij twijfel overleggen de bedrijven met de fiscus", vertelt Monique Ligtenberg, hoofdredactrice van Fiscaal up to Date tegenover NUzakelijk.

De Belastingdienst zou vervolgens alleen nog maar steekproefsgewijs een overeenkomst sluiten. "Maar dat is niet alleen een reden om een dergelijk convenant te sluiten. Zo is ook bekend dat soms in ruil voor ondertekenen een streep door het verleden wordt gehaald."

Geheimhouding
Ligtenberg kreeg de documenten echter niet in handen, omdat het Ministerie van Financiën vond dat de geheimhouding in fiscale zaken belangrijker was. De rechter kreeg de stukken wel te zien en vond dat de overeenkomsten vrij algemeen waren opgesteld en dat er geen reden was deze niet te verstrekken. Wel meent hij dat de namen van de bedrijven onherkenbaar moeten worden gemaakt.

De uitspraak is een overwinning voor het vakblad dat eerder alleen de hand op convenanten met branche-organisaties wist te leggen. "Dit geeft dan ook veel extra helderheid", jubelt de hoofdredactrice, die zelf oud-inspecteur van de Belastingdienst is. Zij kan nu een nieuwe beslissing op het Wob-verzoek binnen enkele weken tegemoet zien.

Prostitutie
Ligtenberg spreekt het vermoeden uit dat sommige overeenkomsten onder druk worden gesloten. Ze verwijst naar de overeenkomsten met de prostitutiebranche, waarbij zou zijn gedreigd met forse naheffingsaanslagen met boetes. Die naheffingen gaan vervolgens van tafel op het moment dat men bereid is een convenant te sluiten.

Daarnaast krijgen de sexwerkers op grond van het convenant een vaste onbelaste onkostenvergoeding van 20 procent, die wettelijk niet is toegestaan.

Ook met fiscale adviseurs wordt aangestuurd op een convenant, maar ook daar wordt vaak nog getwijfeld. Het probleem is dat de fiscalisten door een convenant minder goed voor de belangen van de klanten kunnen opkomen.

Volgens Ligtenberg is dat een duivels dilemma, omdat het voor klanten ook aantrekkelijk kan zijn om wel te tekenen: "Convenanthouders lijken een voorkeursbehandeling te krijgen."