AMSTERDAM - Staatssecretaris Tineke Huizinga (Verkeer en Waterstaat) overweegt om de sloop van binnenvaartschepen te subsidiëren om de crisis in de binnenvaartsector te dempen. Dat schrijft Huizinga dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer.

De staatssecretaris bekijkt samen met brancheorganisaties naar de mogelijkheid om op basis van vrijwilligheid de capaciteit van de vloot te verminderen. Het geld uit het sloopfonds is oorspronkelijk bedoeld om bijvoorbeeld vervroegde pensionering van schippers mogelijk te maken en beroepsopleidingen en omscholing van schippers te financieren.

De binnenvaartsector wordt zwaar getroffen door de crisis, omdat veel fabrieken hun productie hebben teruggeschroefd. Hierdoor neemt de vraag naar grondstoffen af, die vaak via het water worden aangevoerd. Met name het bulk- en containervervoer staat zwaar onder druk.

Failliet
Volgens Huizinga zullen 'bekwame' bedrijven die de afgelopen jaren financiële reserves hebben aangelegd de crisis doorstaan. Maar het is, zegt ze, "hoe betreurenswaardig ook, onvermijdelijk dat in deze crisis een aantal bedrijven failliet gaat."

Het kabinet kondigde eerder al een pakket crisismaatregelen aan van 200 miljoen euro voor inveseteringen in vaarwegen, sluizen en binnenhavens. Meer hulp wil de staatssecretaris niet bieden; sommige brancheorganisaties dringen aan op minimumprijzen voor het vervoer over het water om te voorkomen dat er onder de kostprijs gewerkt wordt.

Steun
Ook ziet zij niks in het verplicht aan de wal houden van ruim honderd nieuwe schepen die op korte termijn in de vaart komen en extra concurrentie kunnen vormen in de getroebleerde markt. Directe staatssteun is volgens een woordvoerder van Huizinga tegenover het Nederlands Dagblad geen optie 'omdat je de markt zijn werk moet laten doen'. "Bovendien  als je de binnenvaart met miljoenen zou gaan steunen, waarom dan het wegtransport niet?''

De Nederlandse binnenvaartvloot telt op dit moment om en nabij de 6500 schepen die in handen zijn van 3600 bedrijven. Daarvan is ruim 80 procent een traditioneel eenmans- of beter gezegd een familiebedrijf.