AMSTERDAM - Een proeftijd bestaat alleen als deze schriftelijk is overeengekomen, en ontstaat dus niet automatisch. Het bewijs van een mondeling overeengekomen proeftijd is niet voldoende om van een proeftijd te spreken. Dat blijkt na een uitspraak van het Hof Leeuwarden.

 De proeftijd is bedoeld om de kwaliteiten van de werknemer te beoordelen. Dit geval betrof een autobedrijf. Een werknemer werd aangenomen als autoruitenreparateur, zonder het ondertekenen van een schriftelijke arbeidsovereenkomst.

Ontslag
De werkgever stuurt na enig tijd aan de werknemer een brief met de mededeling dat met gebruikmaking van de proeftijd van twee maanden de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd. De werknemer verzet zich hiertegen. Volgens hem is het ontslag niet geldig omdat de proeftijd niet schriftelijk is vastgelegd. De werknemer houdt zich beschikbaar voor zijn werkzaamheden en eist loondoorbetaling.

Volgens de cao carrosseriebedrijf gelden de eerste twee maanden van een arbeidsovereenkomst als proeftijd. Het Hof Leeuwarden stelt de werknemer echter in het gelijk omdat niet is komen vast te staan dat deze mondelinge afspraak is gemaakt.
Bovendien moet op grond van de cao carrosseriebedrijf een arbeidsovereenkomst schriftelijk worden bevestigd. In die overeenkomst moet staan dat de cao van toepassing is. In dit geval kan geen aanspraak gemaakt worden op de regeling.