DEN HAAG - De Raad van Europa moet ook in actie komen tegen het bankgeheim als het aan CDA-Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt ligt.

 Hij wil een onderzoek door de Raad naar de huidige tekortkomingen in de informatie-uitwisseling tussen lidstaten. Zulke druk leidt volgens hem regelmatig tot ander beleid. "En dat gaan we hiermee ook proberen", stelde Omtzigt zondag.

Informatie
Als landen weigeren informatie uit te wisselen, hebben veel mensen de mogelijkheid te ontkomen aan het betalen van belasting in hun eigen land. Dat is volstrekt oneerlijk tegenover mensen die wel belasting betalen, aldus de CDA'er. Hij heeft daartoe 39 handtekeningen verzameld van leden van de parlementaire assemblee van de Raad van Europa waar hij ook lid van is.

Omdat er prominente leden uit alle fracties bij zitten, gaat Omtzigt ervan uit dat het presidium half mei akkoord gaat met een onderzoek en hij als initiatiefnemer daarmee wordt belast. Hij wil vaart maken en de zaak binnen een jaar afronden. Formeel heeft hij twee jaar de tijd.

G-20
Volgens Omtzigt kan zo worden uitgevoerd wat de G-20, de groep van 's werelds belangrijkste economieën, onlangs besloot, namelijk dat 'het tijdperk van het bankgeheim voorbij is'.

Op een toen gepubliceerde namenlijst van landen die zich niet houden aan afspraken over informatieuitwisseling en het opheffen van het bankgeheim, stonden landen die ook lid zijn van de Raad van Europa, met name Zwitserland, Liechtenstein en Andorra. "Zwitserland interpreteert die afspraken anders en doet langzame stapjes, terwijl Belgie al forse stappen heeft gezet", aldus Omtzigt.