DEN HAAG - Een verhoging van de AOW-leeftijd van 65 naar 67 jaar, zoals het kabinet voorstaat, zal niet zonder overgangsregeling voor oudere werknemers worden doorgevoerd.

"Eén ding is zeker; het betekent niet dat men van de ene op de andere dag twee jaren langer moet werken", aldus minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken) maandag op een bijeenkomst van de koepel CSO van ouderenorganisaties.

Donner hoopt volgende maand met staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken) een nota klaar te hebben waarin ze verschillende manieren op een rij zetten om de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen.

Zo kan de AOW-leeftijd volgens Donner geleidelijk in 24 jaar tijd elk jaar een maand opgeschoven worden. Maar het kan volgens de minister ook sneller door de AOW in één keer op 67 jaar te laten ingaan en daarbij overgangstermijnen te hanteren voor mensen die ouder zijn dan 45 of 50 jaar.

Noodzaak
Verder is volgens Donner duidelijk dat met een verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd de noodzaak om nu al door te werken tot 65 "alleen maar sterker is".

De CDA-bewindsman wijst daarbij op het ingezette beleid om oudere werknemers zo veel mogelijk aan de slag te krijgen en te houden, omdat door de vergrijzing een tekort aan personeel dreigt en de betaalbaarheid van voorzieningen onder druk komen te staan.

Flex
Ook de zogeheten Flex-AOW, waarbij mensen er vrijwillig voor kunnen kiezen hun staatspensioen later op te nemen, moet volgens Donner doorgang krijgen. Begin deze maand besloot een meerderheid van de Tweede Kamer deze plannen op de lange baan te schuiven.

Onder meer wegens het voornemen om de AOW-leeftijd te verhogen naar 67 jaar en de tijd die werkgevers en vakbonden van het kabinet nog krijgen om alternatieven voor de plannen te bedenken.