De vereenvoudigde variant van IFRS gaat er eindelijk komen. In de huidige crisistijd kan dat voor grote en middelgrote niet-beursgenoteerde ondernemingen een welkome opsteker zijn.

Door Hugo van den Ende | PricewaterhouseCoopers

Het heeft even geduurd, maar de International Accounting Standards Board (IASB) heeft onlangs definitief besloten om op korte termijn over te gaan tot de publicatie van een IFRS-standaard voor niet-beursgenoteerde bedrijven.

Twee jaar geleden werd de vereenvoudigde variant van de internationale verslaggevingstandaard IFRS al aangekondigd. Daarbij werd een eerste ontwerp gepubliceerd dat ten opzichte van de bestaande IFRS voor beursfondsen ('full IFRS') behoorlijk was ingekort. Daarmee leek de invoering een kwestie van tijd. Maar al snel klonk de roep om een nog verdergaande vereenvoudiging.

Wijzigingen
Naar aanleiding van binnengekomen commentaren, 'veldonderzoek' en bijeenkomsten met deskundigen heeft de IASB tientallen wijzigingen aangebracht vergeleken met de ontwerpstandaard. Enkele belangrijke zijn: afschrijving op goodwill wordt toegestaan, de nieuwe standaard wordt vrijwel geheel losgekoppeld van 'full IFRS', veel ruimere toepassing van de kostprijs voor de waardering van financiële instrumenten en derhalve beperkte toepassing van de reële waarde, en een verdere vermindering van de toelichtingeisen.

Door deze wijzigingen zijn de verschillen tussen de vereenvoudigde IFRS en 'full IFRS' veel groter geworden. Tegelijkertijd worden de verschillen met de huidige Nederlandse regels van de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) kleiner. De overstap naar de nieuwe standaard wordt daardoor voor Nederlandse ondernemingen veel gemakkelijker.

Internationaal
Vooral bedrijven die internationaal opereren, gaan van de verlichte verslaggevingsmethode profiteren. De vereenvoudigde IFRS bevordert de internationale harmonisatie en vergelijkbaarheid van cijfers. En dat is hoog nodig gezien de huidige lappendeken aan lokale verslaggevingstandaarden binnen de Europese Unie.

Concreet zal het positieve effecten hebben op internationale overnames en de financiering van ondernemingen. In de huidige omstandigheden kan dat geen kwaad.

Hugo van den Ende is als partner werkzaam bij het vaktechnisch bureau van PricewaterhouseCoopers.