DEN HAAG - De verhoging van de premies door pensioenfonds ABP kan leiden tot ontslagen bij de overheid. Dan moeten we kijken naar het aantal mensen dat we in dienst hebben", zei minister Guusje ter Horst (Binnenlandse Zaken) dinsdag in het NOS-journaal.

Het grootste pensioenfonds van Nederland maakte dinsdag bekend onder meer de premies te verhogen om het dekkingstekort dat is ontstaan door de financiëlele crisis, weg te werken.

Volgens minister Wouter Bos (Financiën) kan de premieverhoging bij het ABP leiden tot een tegenvaller van maximaal 600 miljoen euro voor de overheid. De overheid heeft als werkgever het bestuur van pensioenfonds ABP negatief geadviseerd over verhoging van de premies voor ambtenaren en onderwijspersoneel, zei Bos dinsdag in de Tweede Kamer.

Bevroren
In tegenstelling tot het kabinet hebben de vakbonden volgens Bos wel ingestemd met een extra bijdrage van ambtenaren en leraren om de pensioenuitkeringen zeker te stellen. Maar volgens Bos is dat niet nodig nu fondsen van het kabinet vijf jaar de tijd krijgen voor hun herstelplan. Het is volgens hem voldoende als bij het ABP de pensioenen worden bevroren door niet te indexeren, waardoor niet gecorrigeerd wordt voor inflatie en/of loonontwikkeling.

Naast extra kosten voor de overheid heeft een verhoging van de pensioenpremies volgens de minister een negatief effect op de koopkracht van ambtenaren en leraren. "Het is het onafhankelijke bestuur van het ABP dat meent dat dit nodig is. Tegenover de premieverhoging staat wel dat mensen meer zekerheid krijgen over de pensioenen die worden uitgekeerd", aldus Bos.

Vakbondssecretaris Xander den Uyl van de Abvakabo FNV stelt dat de tijdelijke premieverhogingen niet alleen meer zekerheid bieden. Net zo belangrijk is volgens hem dat daarmee sneller de buffers van ABP op orde kunnen zijn en sneller kan worden geïndexeerd. Dat is volgens Den Uyl nodig om de achterstand in koopkracht van de pensioenen niet te groot te laten worden.