AMSTERDAM - De monetaire integratie van Europa, het proces dat uiteindelijk heeft geleid tot de invoering van de euro, viert vrijdag een jubileum met het dertigjarig bestaan van het Europees Monetair Stelsel (EMS). Het succesvol voortbestaan van de monetaire unie is echter allerminst gegarandeerd.

Op de verjaardag van de voorloper van de euro zijn de kenners het erover eens dat de gemeenschappelijke munt de eurolanden in het afgelopen jaar heeft behoed voor nog meer economische rampspoed. Toch zijn er ook kritische geluiden.

"Het grote probleem is dat de afspraken die landen onderling hebben gemaakt niet kunnen worden afgedwongen", stelt econoom André Szász, die als directeur van De Nederlandsche Bank (DNB) nauw betrokken was bij het hele proces van Europese monetaire integratie. Volgens hem loopt de euro grote risico's.

Eens
"Landen zeggen vaak: we zijn het nog wel met de afspraken eens, maar nu even niet. In goede tijden omdat alles vanzelf goed lijkt te komen, en in slechte tijden omdat het naleven van afspraken de zaken zouden verergeren. Dan blijven er niet veel momenten voor hervormingen over."

"Als dat ertoe leidt dat de Duitsers straks in de buidel moeten tasten om de Grieken of de Italianen bij te staan, dan weet ik niet hoe positief de Duitse burger nog over dit avontuur denkt", waarschuwt Szász, die erop wijst dat landen juist hebben vastgelegd dat ze elkaar niet uit de brand zullen helpen bij economische tegenspoed.

EMS
Het EMS, waarbij de landen van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) hun valuta's binnen vaste bandbreedtes aan elkaar koppelden, was economisch gezien bedoeld om de sterke koersschommelingen die de onderlinge handel belemmerden uit te bannen. Het vastklinken van de koersen moest er tegelijkertijd voor zorgen dat de macht over het monetaire beleid in Europa minder eenzijdig bij de economische grootmacht Duitsland kwam te liggen.

In de praktijk kwam hier echter weinig van terecht. Het Europese monetaire beleid werd ook na 1979 voor het grootste deel bepaald door de Duitse centrale bank, de Bundesbank, die het rentepeil vaak hoger hield dan andere landen wenselijk vonden. Daar het stelsel ook niet immuun bleek voor aanvallen van speculanten, die in 1993 bijvoorbeeld de Britten dwongen uit het EMS te stappen, groeide de overtuiging dat het noodzakelijk was over te gaan tot één gemeenschappelijke munt: de euro.

Valutacrisis
Volgens Szász heeft de euro er in het afgelopen jaar in ieder geval voor gezorgd dat de eurolanden niet in een valutacrisis zijn beland. "Als we niet één munt zouden hebben, zouden de afzonderlijke munten door de verschillen in economisch beleid en in de economische situatie uit elkaar zijn gedreven."

Om het voortbestaan van de euro te garanderen moeten de lidstaten volgens Szász echter ook op politiek gebied veel verder integreren. "Monetaire integratie zonder politieke integratie is niet mogelijk. Dat betekent niet dat we één land moeten worden, maar wel dat we veel verder moeten gaan dan we nu doen. Sinds het referendum over de Europese grondwet zijn politici echter doodsbenauwd om zulke geluiden te laten horen."