Intellectueel eigendom kan geld kosten

Als multinationals niet kunnen aantonen in welk bedrijfsonderdeel hun intellectueel eigendom winst genereert, trekt de fiscus zijn eigen conclusies. Enkele grote bedrijven die de afgelopen jaren grote naheffingsaanslagen kregen opgelegd, kunnen daarover meepraten.

Door Monica Erasmus | PricewaterhouseCoopers

Er bestaan wereldwijd geen uniforme regels voor de fiscale behandeling van intellectueel eigendom (Intellectual Property - IP). Voor het opstellen van een belastingstrategie is het echter essentieel om te weten hoe de verschillende fiscale regimes omgaan met zaken als octrooien en merken. IP is vanuit fiscaal oogpunt een ingewikkeld onderwerp omdat de wetgeving niet direct iets over IP zegt.

Er zijn natuurlijk wel specifieke regelingen die betrekking hebben op IP, zoals de octrooibox of de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, maar in de wetten op de vennootschaps- en inkomstenbelastingbelasting staan geen artikelen die direct betrekking op alleen IP. Bedrijven die internationaal zaken doen en te maken hebben met IP, stuiten daarom als snel op onduidelijkheden op het gebied van bijvoorbeeld definities, eigenaarschap en waardering.

Elk land behandelt die aspecten op zijn eigen manier. En hoewel de OESO daar wel mee bezig is, zijn daar nu geen internationale regels of afspraken over.

Evolutie
Ook zonder de onduidelijkheden over de wettelijke behandeling, is IP vanuit zijn aard al een complex onderwerp. Bij fysieke eigendom, zoals een machine, zijn waardering en eigenaarschap helemaal geen probleem. Immateriële activa worden echter altijd achter gesloten deuren verkocht en kennen dus geen transparante marktprijs. Immateriële activa hebben bovendien vaak meerdere gebruikers en de economische eigenaar is niet altijd de juridische eigenaar. Bovendien ontstaat IP door evolutie. Het ontwikkelt zich verder, wat weer invloed heeft op beide zaken: waardering en eigendom.

Economisch recht
Bedrijven denken steeds meer na over hun strategie rond IP, maar dat is pas iets van de laatste jaren. Eén van de redenen daarvoor zijn de forse naheffingsaanslagen die enkele grote multinationals opgelegd hebben gekregen. Het probleem was dat deze bedrijven niet konden aantonen in welk onderdeel binnen de groep hun intellectuele eigendom winst genereerde.

Belastingautoriteiten kijken naar de winst en hoe die tot stand komt. Stel: het intellectueel eigendom binnen een internationaal bedrijf wordt geïnitieerd en ontwikkeld in de vestigingen in Groot-Brittannië en België, maar niet in Nederland, dan heeft Groot-Brittannië en België 'economisch recht' op een groter gedeelte van de totale pot winst van de groep. In dit geval moet de Nederlandse vestiging kunnen aantonen bij de fiscus dat die grotere winst niet bij háár zit en dat daarover dus ook geen 'extra' belastingheffing moet plaatsvinden.

Helder
Een bedrijf dat niet helder kan maken waar het IP 'zit', loopt dus fiscale risico's. Drie vragen zijn belangrijk: wat is het IP binnen een internationaal bedrijf, hoe wordt het IP gewaardeerd en in welke jurisdictie genereert IP toegevoegde waarde - of anders gezegd: hoe is het eigenaarschap verdeeld binnen de groep? Als ondernemingen deze vragen niet zelf beantwoorden, doet de lokale fiscus dat wel.

Monica Erasmus is Transfer Pricing-specialist binnen de belastingadviespraktijk van PricewaterhouseCoopers en mede-auteur van de publicatie 'Mastering the Intellectual Property life cycle. A global perspective on tax-efficient management of IP Rights'.

NUwerk

Tip de redactie