Schenken in de ogen van de Belastingdienst

De Belastingdienst spreekt van een schenking als de schenker uit vrijgevigheid ten koste van zijn eigen vermogen de begiftigde verrijkt.

De schenking kan bijvoorbeeld bestaan uit het geven van een geldbedrag of een schenking in natura, zoals een (waardevol) voorwerp. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een antieke kast, een schilderij of een sieraad.

Ook kan de schenker iemand op een andere wijze bevoordelen dan door het geven van geld of goederen. Hij kan bijvoorbeeld aan iemand zijn huis verkopen voor minder dan de marktwaarde. Hij schenkt dan eigenlijk een deel van de waarde van het huis. Ook bij deze bevoordeling spreekt de Belastingdienst van een schenking.

Lening
Een ander voorbeeld van bevoordeling uit vrijgevigheid is de lening tegen gunstige voorwaarden. Bij dergelijke renteloze leningen, of leningen tegen een rente lager dan de marktrente, wordt de rente geschonken aan degene die leent.

De schenking bestaat hier dus uit de rente die niet wordt gevraagd.

Waarde
Om te bepalen of, en hoeveel, schenkingsrecht u moet betalen, moet u weten wat de waarde van de schenking is. De waarde van de schenking bepaalt namelijk de hoogte van het schenkingsrecht.

  • De waarde van een geschonken geldbedrag is de hoogte van dat geldbedrag op het moment van schenking
  • De waarde van geschonken zaken is de waarde die deze zaken zouden hebben als u die op het moment van de schenking aan de meest biedende zou verkopen. U kunt de zaken laten taxeren als u niet weet wat de waarde is
  • Als de schenking niet bestaat uit geld of zaken, is er sprake van een andere vorm van bevoordeling van de verkrijger. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om een recht van vruchtgebruik of een recht op een periodieke uitkering.
Tip de redactie