AMSTERDAM - Westerse landen moeten geen Chinese treinen kopen omdat het Aziatische land zijn eigen markt dichtdoet voor buitenlandse aanbieders. Dat zegt de directeur van het Alstom, een van de grootste treinmakers van de wereld, vrijdag in The Financial Times.

In een aanval op de Chinese industrie keert directeur Philippe Mellier zich ook tegen het gebruik van westerse technieken in treinen die bedoeld zijn voor de export. Die technologische kennis wordt meestal alleen verstrekt onder voorwaarde dat hij China niet verlaat.

Treinstellen
De Chinese treinindustrie probeert zich te scharen tussen traditionele topbedrijven als Alstom (Frankrijk), Bombardier (Canada) en Siemens (Duitsland). De Chinese treinfabrikant CNR, die wordt gerund door de staat, leverde sinds 2001 ruim 1400 treinstellen en 400 metrowagons aan het buitenland.

CNR onthulde in het voorjaar van 2008 ook zijn eerste hogesnelheidslijn, die gebaseerd is op de ICE-trein van Siemens. "We zien Chinese bedrijven met vrachtlocomotieven meedingen bij aanbestedingen over de hele wereld, waarbij er soms onze technologie gebruikt wordt", aldus Mellier.

Shangai
Alstom bouwt onder andere de hogesnelheidstrein TGV en levert deze treinen ook aan andere landen. De aanbesteding voor de hogesnelheidslijn tussen Beijing en Shanghai is volgens hem echter alleen toegankelijk voor treinen die in China zijn gebouwd en ontworpen.

"Zoals we al verwachtten, sluit de markt zich geleidelijk om Chinese bedrijven te laten opbloeien", zegt Mellier. De Chinese spoorwegen zijn bezig met een gigantische uitbreiding. In 2020 moet het totale spoorwegennet 18.000 kilometer meten, vergeleken met een huidige lengte van ruim 6.000 kilometer.