AMSTERDAM - Het omrekenen van Britse ponden naar euro’s is binnenkort misschien niet meer nodig: De waarde van een euro bedraagt momenteel 97,75 pence en loopt naar verwachting nog meer op.

Het lijkt onontkoombaar dat de twee munten voor het eerst sinds de instelling van de euro binnenkort op gelijke hoogte zullen komen. In december steeg de euro al 18 procent tegenover de pond. En dat voelen Britten die hun geld uitgeven in een van de 15 eurolanden in hun portemonnee. Omgekeerd wordt een reisje Londen steeds goedkoper voor Europeanen.

In 1999 kostte een euro nog 71 pence, waarna in 2000 een dieptepunt werd bereikt met 60 pence. De afgelopen weken heeft de Britse munt echter in recordtempo zijn waarde verloren tegenover zo’n beetje alle belangrijke munteenheden.

Economie
De belangrijkste reden voor de neergang zijn de sombere vooruitzichten voor de Britse economie. Zo zit de huizenmarkt al een tijdlang in een dip, en leunt Groot-Brittannië zwaar op financiële dienstverleners die door de kredietcrisis veel van hun waarde zijn kwijtgeraakt. Op zijn beurt zit de overheid tot over zijn oren in de schulden na diverse financiële injecties om banken op de been te houden.

Daarnaast heeft de Britse regering de afgelopen tijd de rente regelmatig verlaagd om de economie een impuls te geven. Maar met elke rentedaling, en er worden er meer verwacht de komende tijd, wordt Groot-Brittannië minder aantrekkelijk voor de biljoenen dollars die dagelijks de aardbol over worden gestuurd op zoek naar het hoogste rendement. Met twee procent staat de rente momenteel op het laagste niveau sinds de Tweede Wereldoorlog.

Export
Economen zien ook een zonnige kant aan de waardedaling van de pond: Britse exportproducten worden goedkoper, en ook de toeristensector profiteert. Doordat het invoeren van producten duurder wordt kan de vraag naar binnenlandse producten toenemen.

Mogelijk wordt het verschil tussen euro en pond vrijdag al opgeheven als de laatste Britse productiecijfers bekend worden. Op maandag wordt meer slecht nieuws verwacht met de publicatie van de huizenprijzen.