Het afgelopen jaar heeft weinig goeds gebracht voor beleggers. Aanvankelijk dachten beleggers dat de kredietcrisis alleen de banken zou raken. Inmiddels is het duidelijk dat de crisis ook buiten de financiële instanties een negatief effect heeft gesorteerd.

Door Fred Huibers | Het Haags Effektenkantoor

Deflatie
Consumenten houden de hand op de knip en producenten bezuinigen en schroeven investeringen terug. De zorg is dat het pessimisme zodanige proporties aanneemt dat men verwacht dat goederen en diensten morgen goedkoper zullen zijn. Afwachten in plaats van investeren en consumeren is dan de algemene houding.

Als de verwachting van deflatie breed genoeg gedragen wordt is de kans dat er daadwerkelijk deflatie optreedt groot. De herinnering aan de malaise van de jaren dertig is pijnlijk: massale werkloosheid met weinig uitzicht op herstel.

Alle ogen zijn nu op de fiscale en monetaire beleidsmakers gericht. Overheden zouden door een ruim fiscaal beleid te voeren het geld in de economie weer moeten laten rollen. Een toename van de overheidsbestedingen gecombineerd met belastingverlaging zou dit kunnen bewerkstelligen. Tegelijkertijd zouden centrale banken de rentetarieven richting nul kunnen brengen. Als de prijs van geld het nulpunt nadert, zou dat normaal gesproken investeringen moeten stimuleren.

Normaal gesproken
Het zijn echter geen normale tijden. Normaal gesproken kan een belegger geld verdienen door te bepalen op welk punt de investeringscyclus zich  bevindt. De prestaties van aandelen en vastrentende waarden kennen een bepaalde mate van omgekeerde relatie. Als het goed gaat met de ene categorie, gaat het relatief minder met de andere.

Goede timing van het relatieve gewicht van de diverse beleggingscategorieën in anticipatie van de ontwikkeling van de conjunctuur loont. Dit jaar zijn echter vrijwel alle beleggingscategorieën eensgezind sterk afgewaardeerd.

Labiel evenwicht
Uiteindelijk is de te uitbundige kredietgroei de reden dat financiële activa in de uitverkoop gedaan worden. Veel beleggers hebben met geleend geld activa gekocht en nu de banken hun leningen terugeisen moeten deze beleggers noodgedwongen die activa verkopen. Vaak tegen waarderingen die zij normaal gesproken zo laag zouden achten dat zij eerder koper dan verkoper zouden zijn. Zij kunnen echter niet als koper optreden omdat hun koopkracht systematisch uitgehold is door een te hoge schuldenlast.

Hoe zit het dan met de beleggers die deze schuldenlast niet torsen? De beleggers die niet geleend hebben, zullen op een bepaald moment de aantrekkelijk geprijsde activa willen kopen. De omstandigheden zijn echter dermate labiel, dat deze beleggers het bijzonder lastig vinden om vast te stellen op welk moment de waarde van activa zal stabiliseren.

Hoeveel beleggers moeten nog geforceerd verkopen? Wat als de herfinanciering voor financieel sterke bedrijven uiteindelijk toch een groot probleem wordt? Wat als deflatie aanhoudt en op een onvoorspelbaar moment plotseling omslaat in gierende inflatie als gevolg van de uitzonderlijk ruime monetaire en fiscale politiek?

Deze vragen geven aan dat beleggers aankijken tegen een labiel evenwicht dat vrij snel kan omslaan. Onzekerheid is funest voor de (aspirant) kopers van financiële activa. Zolang de onzekerheid aanhoudt is het verstandig om behoudend te zijn.

Fred Huibers is partner bij Het Haags Effektenkantoor