DEN HAAG - De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) gaat de komende jaren de ontwikkeling van de gasprijzen voor consumenten nauwlettend in de gaten houden. Aanleiding is het hoge prijsniveau dat Nederlands belangrijkste gasleverancier GasTerra in 2007 hanteerde.

GasTerra is de voormalige handelstak van de Gasunie. Uit onderzoek van de Nma blijkt dat de prijzen die GasTerra vroeg voor kleinverbruik vorig jaar 20 tot 25 procent hoger waren dan zou mogen worden verwacht in een concurrerende markt. Het gaat hier om de prijzen die energiebedrijven als Nuon, Essent en Eneco moeten betalen. Uiteindelijk komen die tarieven ook op het bordje van de consument terecht.

Een woordvoerster van de NMa sprak woensdag van een opvallend resultaat. "Op de groothandelsmarkt was de afgelopen jaren geen sprake van een groot prijsverschil, bij kleinverbruikers vorig jaar juist wel. Wij gaan nu nader bekijken wat hier de oorzaak van is."

Excessief
NMa vindt niet dat GasTerra misbruik heeft gemaakt van zijn machtspositie. Om dit vast te stellen, moet er sprake zijn van "excessieve tarieven" over een langere periode. In 2005 en 2006 was het prijsniveau van GasTerra niet veel hoger dan dat van de concurrentie. In 2010 gaat de NMa daarom nieuw onderzoek verrichten over de jaren 2008 en 2009.

GasTerra is verbaasd over de conclusie van de NMa. "Wij hanteren een volstrekt transparante formule voor de berekening van onze tarieven. Die formule is bikkelhard. Dat weet de NMa ook", aldus een woordvoerder.

Soepeler
De GasTerra-zegsman stelt dat er mogelijk andere oorzaken zijn voor het prijsverschil. Daarbij zou het kunnen gaan om het transport en hoe bedrijven het gas binnenkrijgen. "Die markt moet mogelijk nog soepeler worden."

GasTerra is naar eigen zeggen in Nederland goed voor ongeveer twee derde van de levering van gas voor kleinverbruikers zoals huishoudens. Sinds de openstelling van de gasmarkt enkele jaren geleden is het marktaandeel van het bedrijf geslonken. Energiebedrijven kopen nu ook gas in bij bedrijven in Groot-Brittannië, Noorwegen en Denemarken. "Eigenlijk is er nu sprake van een Noordwest-Europese markt", aldus de woordvoerder.