AMSTERDAM - Hoe waardevol is open source-software voor het bedrijfsleven? Een gesprek Valentijn Sessink, 'Linuxgoeroe' en directeur van open source-bedrijf Open Office.

Het kantoor van Open Office in Amsterdam oogt op een dinsdagmiddag rommelig door een verhuizing, maar het werk ligt allesbehalve stil. Een e-mail ploft op de elektronische mat met daarin de bevestiging dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken opnieuw zijn huiswerk moet doen na een it-aanbesteding van 600 werkplekken: het ministerie hield te weinig rekening met de mogelijke aanschaf van open source-software.

Een opsteker voor Valentijn Sessink, die zich naast de dagelijkse leiding over het bedrijf ook opwerpt als belangenbehartiger voor 'fabrikant-onafhankelijke automatisering', zoals Open Office open source-toepassingen omschrijft, en dat beroep aantekende tegen de aanbesteding.

Tachtig procent
Het tekent het soms idealistische gevoel dat open source bij veel mensen oproept. Maar de praktijk leert dat steeds meer bedrijven overstappen op software waarvan de broncode gratis beschikbaar en aanpasbaar is, en waarbij meestal alleen aan de implementatie en het onderhoud een prijskaartje hangt. "In tachtig procent van de gevallen kan je volstaan met open source", is de stelling van Sessink.

Hij hielp in 1999 zijn eerste klant bij de migratie van Microsoft naar open source. Sindsdien werden tientallen (mkb)-bedrijven en overheidsinstellingen geautomatiseerd.

Ubuntu
Dankzij programma's als de internetbrowser Firefox en het succes van het besturingssysteem Ubuntu neemt de bekendheid van open source-software toe. "Toen we begonnen, moesten we alles uitleggen" zegt Sessink. "Totdat we, ongeveer twee jaar geleden, klanten kregen die vroegen om ondersteuning van hun Linux-desktops,".

Een ijkpunt voor Sessink en zijn bedrijf kwam in 2002 toen de Tweede Kamer de motie Vendrik aannam. Die motie droeg de regering op om ervoor te zorgen dat "in 2006 alle door de publieke sector gebruikte software aan open standaarden voldoet.” Zes jaar later blijkt het software-monopolie van Microsoft echter nog altijd springlevend, zowel bij de overheid als in het bedrijfsleven.

Maar Sessink ziet een lichtpuntje: het gebruik van open source neemt toe, met name vanwege de uitwisselbaarheid van informatie via internet. "Het bijzondere is hierbij dat je met losse software-onderdelen iets nieuws kan bouwen en dit weer kan delen met anderen."

Advies
Sessink wil zich echter niet laten kennen als grote hater van Microsoft of andere commerciële software. "Het belangrijkste advies aan zakelijke gebruikers is: vraag je af welke functionaliteiten je precies nodig hebt en hoe je dit wilt afdekken. Besef, voordat je een keuze maakt, hoe lang je aan de software zult vastzitten." Het kan best zijn dat er dan een combinatie van commerciële en - gratis - open source-software uitrolt, meent hij. "De softwarewereld zal nooit helemaal open source worden".

Waar hij zich wel tegen verzet is dat veel commerciële software afhankelijk is van een bepaald besturingsysteem, met name Windows. "De markt wordt zenuwachtig van het feit dat Windows, Office en anti-virusprogramma's sterk met elkaar verweven zijn." Die afhankelijkheid verkleint volgens hem de keuzemogelijkheid qua software. "Daarnaast heb je minder controle over de veranderingen die bedrijven als Microsoft doorvoeren."

Die controle kan volgens hem belangrijk zijn bij het bewaren van gegevens. "Met open source ben je ervan gegarandeerd dat je gegevens tot in lengte van dagen toegankelijk zijn."

Tekstverwerking
Bedrijven die afhankelijk zijn van gecompliceerde, zware softwareprogramma's, zoals internetbedrijven en ontwerpstudio's komen minder snel in aanraking voor open source, erkent Sessink. "Voor relatief eenvoudige software, zoals tekstverwerking, e-mailen, printen, tijdschrijven en tickets bijhouden is open source echter een prima en goedkoop alternatief."

Veel bedrijven zien op tegen een overstap op andere software en de cultuuromslag die dat met zich meebrengt. "Maar het is vreemd dat bedrijven eerst de gebruikelijke software aanschaffen, en niet nadenken over een 'exit-strategie'. Bijvoorbeeld, sla al je teksten op in het Microsoft-formaat .docx, en je komt de eerstvolgende vijf jaar niet van Micrososft Office en de daarbij behorende prijzige licenties, af."

Kosten
Een bekende klant van Open Office is de idealistische omroep Llink. Die omroep startte in eerste instantie met vijf pc's met open source-software en is inmiddels uitgegroeid naar ongeveer zeventig werkplekken. Sessink: "De softwarekosten van die werkplekken, ongeveer 15 tot 25 procent van het totaal, vallen voor hun weg".

Hij geeft ook een aansprekend voorbeeld van het veel grotere open source-concern Novell: Het franse autoconcern PSA, fabrikant Peugeot en Citroën, wilde een makkelijk 'uitrolbaar' systeem. Novell centraliseerde het hele netwerk (e-mail, servers, gebruikersaccount e.d.) van tienduizenden computers. "'En passant' schaft PSA geen Microsoft aan, maar dat is voor dat bedrijf uiteindelijk bijzaak," zegt Sessink.

Crisis
Het gebruik van open source in het bedrijfsleven zal volgens hem door de kredietcrisis worden aangewakkerd. "Bedrijven gaan kritischer letten op hun automatiseringsuitgaven. Zij zouden zowieso vaker naar hun softwareleverancier moeten stappen en hen uitdagen met de prijzen van hun concurrenten."

Uiteindelijk maakt dit het softwarelandschap steeds diverser, hoopt de open source-pionier. Hij blijft deze ontwikkeling ondertussen zelf aanjagen door in de gaten te houden of openbare aanbestedingen wel echt openbaar aanbesteed worden. "Er hoeft niet per se open source uit de aanbesteding te komen, maar we krijgen dan tenminste een kans."