AMSTERDAM - Een jaar geleden besloot de Tweede Kamer unaniem dat ons land massaal aan de open standaarden en open source moet. Toch is het niet alleen de publieke sector die hier belang bij heeft. Nu Nederland door Europa met argusogen wordt gevolgd, blijft de vraag wat er van de plannen uiteindelijk terecht gaat komen.

Open standaarden en open source hebben van alles met elkaar te maken maar vormen een wereld van verschil. Een standaard geeft een uniforme manier, waarop informatie bijvoorbeeld wordt vervoerd of opgeslagen. Omdat iedereen dat op dezelfde manier doet, vallen gegevens dan ook prima uit te wisselen.

Niet de baas
Het 'open' betekent dat iedereen van de standaard gebruik kan maken en de leverancier van een softwareproduct niet de baas is over wat er wel of niet met de standaard gebeurt. Iedereen kan zelf programmatuur maken om met de gegevens om te gaan. Stopt een product of bedrijf dan heeft dat maar beperkte gevolgen. Ook is gebruik veilig, omdat de maker van de beschrijving niet opeens met beperkingen in gebruik of extra kosten kan komen.

Die zekerheden zijn belangrijk, omdat gegevens relatief snel onbereikbaar worden. Zo kan een modernere versie van Microsoft Word oude Word 2.0 documenten niet meer inlezen, terwijl de data er nog is. Voorvechters voor open standaarden hameren er dan ook wat graag op dat oude Joodse, Chinese of Egyptische geschriften na duizenden jaren nog wel te lezen zijn.

Open source-software
Ook bij open source-software is het principe gericht op openheid en op het toepassen van eigendomsrecht. De broncode van gebruikte programmatuur is publiek beschikbaar en mag naar wens worden aangepast. Afhankelijk van de geldende licentie moet al dan niet bij de verspreiding van de applicatie de aangepaste code beschikbaar zijn onder dezelfde licentie.

Het grote voordeel van deze programmatuur zijn niet alleen de lagere kosten, maar ook de vrijheid om aanpassingen te maken, de kwaliteit van de programmatuur en natuurlijk de controleerbaarheid om zo beveiligingsfouten op te sporen. Bijkomend voordeel is dat ondernemingen of overheden die iets open source ontwikkelen een gemeenschap kunnen bouwen en dus kosten kunnen delen. Een bedrijf dat een verandering in software maakt, hoeft zich na donatie van de code aan het project over onderhoud dan ook geen zorgen te maken.

Overstappen
Dat alles betekent overigens niet dat overstappen altijd eenvoudig is. Migratietrajecten brengen altijd de nodige kosten met zich mee zelfs al betreft het een nieuwe versie van al gebruikte programmatuur. Zo zal er getest moeten worden of de functionaliteit voldoet, een plan om over te stappen moeten komen, mensen moeten worden opgeleid en problemen worden gladgestreken. Juist in de ondersteuning is een levendige industrie ontstaan wat helder maakt dat open-sourcesoftware aantrekkelijk is, maar zeker niet gratis.

Zowel open standaarden als open source helpen overheden en bedrijven de afhankelijkheid van softwareleveranciers te doorbreken, omdat overstappen altijd mogelijk is.

Nederlandse ambities verlopen moeizaam
Ons land is al lang bezig met open standaarden en open source. In 2002 werd een motie van het GroenLinks-kamerlid Kees Vendrik breed gesteund om open standaarden bij de overheid af te dwingen en open source te bevorderen. Hiervoor werd een programmaburo OSOSS (Open Standaarden en Open Source Software) opgericht dat tot 2007 actief was. Er werden successen geboekt, maar van een massale overstap kwam het niet.

Eind 2007 schaarde de Tweede Kamer zich unaniem achter het actieplan (pdf) Nederland Open in Verbinding van Staatssecretaris Frank Heemskerk van het Ministerie van Economische Zaken. Hij stelt 8,4 miljoen euro beschikbaar om harde doelen te realiseren. Zo moeten alle overheden over op open standaarden en bij gelijke geschiktheid open source kiezen. Er komen enthousiaste reacties en de internationale media keken met bewondering naar ons land.

Excuus
De harde taal is "comply or explain and commit" ofwel wie niet voldoet moet een goed excuus hebben en alsnog gaan voldoen. Maar nadat ook Europa zijn zegen over de plannen heeft gegeven verwatert dat tot "comply or explain", omdat volgens Economische Zaken "commit" geen juridische status heeft. Waar het eerst de bedoeling was dat  gemeenten, provincies en waterschappen eind 2009 zich aan het actieplan houden, is het nu voldoende als 75 procent op dat moment een plan heeft. Het "comply or explain" lijkt nog verder afgezwakt.

Er lijkt weinig tegen open standaarden in te brengen, beseffen leveranciers als Microsoft die zelfs hun Office-formaten uit handen hebben gegeven van standaardisatie organen. Hoe groot de voordelen ook zijn toch vraagt een overstap wel de nodige aandacht.