NEW YORK - De Amerikaanse beurzen eindigden maandag diep in het rood. De vrees van beleggers voor verslechterende economische omstandigheden werd maandag bevestigd door de president van de Federal Reserve (Fed) Ben Bernanke en macrocijfers.

De Dow-Jonesindex van dertig hoofdfondsen sloot op een verlies van 679,95 punten, ofwel 7,7 procent, op 8149,09 punten. De breed samengestelde S&P 500 verloor 80,03 punten (8,9 procent) en kwam op 816,21 punten. De technologiebeurs Nasdaq zakte 137,50 punten, ofwel 8,9 procent, tot 1398,07 punten.

Bernanke bevestigde maandag het beeld dat de economie in de Verenigde Staten de komende tijd nog onder zware druk staat. Hij liet doorschemeren dat een renteverlaging denkbaar was, maar wel beperkt aangezien de rente al laag staat.

Recessie
Het Nationale Bureau van Economisch Onderzoek (NBER) bevestigde wat al lang gedacht werd in de markt: de Verenigde Staten zijn in recessie. Volgens de overheidsinstantie zit het land sinds begin dit jaar in een recessie.

Beleggers reageerden ook teleurgesteld op tegenvallende cijfers van het Amerikaanse Institute for Supply Management (ISM) voor de Amerikaanse productiesector. De index gaf de ergste krimp aan sinds 1982. Ook de bouwuitgaven in het land daalden sterker dan gedacht.

Caterpillar
Industrieel concern Honeywell daalde 6,7 procent. Machinebouwer Caterpillar dook 10,8 procent omlaag. Industrieel conglomeraat General Electric moest 9,7 procent inleveren.

Beleggers vragen zich verder af of de detailhandel wel goede zaken heeft gedaan op Black Friday, traditioneel de aftrap van de Amerikaanse koopperiode voor de feestdagen. Detailhandelaren kwamen daardoor onder druk te staan. Zo verloor Wal-Mart 5,1 procent en Sears daalde 12,2 procent.

Onderaan de Dow, die geen stijgers kende, bungelden de financiële fondsen. Citigroup werd geraakt door een negatief rapport van een invloedrijke analist, Richard Bove, over Citigroup. Bove voorspelde meer afschrijvingen bij de Amerikaanse zakenbank. Citigroup verloor ruim een vijfde van zijn waarde en was hiermee de sterkste daler.

JPMorgan Chase ging 17,5 procent omlaag, terwijl verzekeraar AIG bijna 18 procent moest inleveren.

Olie
Handelaren telden op de Amerikaanse termijnmarkten minder dan 50 dollar neer voor een vat olie. De olieprijs zakte met bijna 10 procent naar 49,18 dollar. Afgelopen weekend besloot de OPEC, de Organisatie van Olie-Exporterende Landen, een beslissing over een productieverlaging uit te stellen tot 17 december. ExxonMobil, Chevron en ConocoPhillips daalden tot 8,8 procent.

De euro noteerde 1,2625 dollar tegen 1,2630 dollar bij het slot van de Europese beurzen eerder op de dag.