AMSTERDAM - Drie van de vier verdachten in de boekhoudfraudezaak bij supermarktconcern Ahold hebben woensdag een laatste poging gedaan het gerechtshof van Amsterdam te overtuigen van hun onschuld.

Oud-topman Cees van der Hoeven betuigde nadrukkelijk zijn spijt, maar zei te geloven in de oprechte keuzes die door Ahold zijn gemaakt. Voormalig financieel topman Michiel Meurs zei "nooit het verwijt te accepteren niet integer te hebben gehandeld".

Van der Hoeven, Meurs, ex-bestuurdlid Jan Andreae en oud-commissaris Roland Fahlin staan terecht voor hun aandeel in de fraude bij Ahold. In 2006 veroordeelde de rechtbank drie van hen tot voorwaardelijke gevangenisstraffen en geldboetes. Fahlin werd vrijgesproken. Het Openbaar Ministerie en de verdachten gingen in hoger beroep.

Omzetten
De zaak draait om het al dan niet terecht optellen van omzetten (consolideren) van buitenlandse dochterondernemingen, waar Ahold geen meerderheidsbelang had. Het concern claimde middels zogeheten 'control letters' zeggenschap, maar ontkende deze weer in 'side letters'.

Van der Hoeven zei dat hij het altijd als vanzelfsprekend heeft gevonden in zijn functies verantwoording af te leggen. "Accountability is voor mij geen last maar een vanzelfsprekendheid." Hij zei nooit de bedoeling te hebben gehad mensen te misleiden "of toe te laten dat binnen Ahold verboden handelingen plaatsvonden".

Consequentie
De voormalig topman meent ook dat hij de grootst mogelijke consequenties van zijn verantwoordelijkheid heeft genomen, toen hij in 2003 opstapte bij Ahold.

Meurs benadrukte in zijn laatste woord de intenties van zijn handelingen. Hij zei vanuit goede intenties te hebben gehandeld en "niet willens en wetens het verkeerde pad te hebben gekozen."

GeruÏneerd
Fahlin sprak zijn boosheid en verdriet uit over de zaak. "Ik kan niet begrijpen of accepteren dat mijn laatste actieve vijf jaar min of meer zijn geruïneerd door een proces, waar ik van begin af aan niet bij had horen te zijn." Oud-bestuurder Jan Andreae was niet aanwezig en krijgt op een later tijdsptip (14 janurari) de kans nog een laatste woord te richten tot de rechters van het hof.

Het hof doet op 28 januari uitspraak.