KEULEN - De Nederlandse eredivisie haalt deze voetbaljaargang meer geld dan ooit binnen uit shirtreclame. Het bedrag overschrijdt voor het eerst de grens van 40 miljoen euro. Dat blijkt uit dinsdag gepubliceerde cijfers van het toonaangevende Duitse sportmarketingbureau Sport+Markt.

De clubs uit de eredivisie verdienden in totaal 42,1 miljoen euro met shirtsponsoring en dat is nagenoeg evenveel als de over het algemeen veel rijkere clubs uit de Spaanse Primera Divison.

Opmerkelijk is ook dat de eredivisie tegen de trend in groeit, want de totale inkomsten van shirtsponsoring in de zes grote Europese voetbalcompetities zijn namelijk voor het eerst in jaren gedaald. Van 405,3 miljoen naar 393,2 miljoen euro.

Aegon
De groei in de eredivisie komt overigens voornamelijk op het conto van één megadeal, die van Ajax met Aegon. De verzekeraar betaalt de Amsterdamse club jaarlijks 10 miljoen euro om met de naam op het voetbalshirt te mogen prijken.

De Engelse Premier League leverde vooral door de zwakke Britse pond veel in en haalt dit seizoen 85,5 miljoen euro op aan shirtreclame. De Duitse Bundesliga daarentegen boerde wel goed en is nu met 102,9 miljoen euro de grootverdiener in shirtsponsoring.

Banken
Banken en verzekeraars hebben ondanks de financiële crisis nog steeds de duurste sponsorcontracten in het voetbal, constateert Sport+Markt. Hoewel het aantal shirtsponsors in deze branche daalde van 38 naar 34 in de zes grote Europese competities (Duitsland, Engeland, Italië, Frankrijk, Spanje en Nederland), geven zij nog steeds het meeste uit: 80,7 miljoen euro totaal.

"Aangezien de contracten vaak voor een langere periode zijn afgesloten, is de sportsponsoring nog niet geraakt door de financiële crisis", lichtte directeur Hartmut Zastrow van Sport+Markt toe.

Hij verwacht op termijn ook geen zware klappen voor de sportsponsoring. "Dat komt door de grote attractiviteit en de onverminderd grote interesse in sport en dan met name voetbal. Wanneer de financiële sector gedwongen zou worden zich terug te trekken, dan zijn er andere industrieën die het gat graag willen vullen."