AMSTERDAM - Een werkgever mag bij de interpretatie van het begrip ‘inkomensderving' de te ontvangen WW-uitkeringen in mindering brengen op de vertrekvergoeding van de werknemer. Dat blijkt uit de volgende uitspraak.

Een werkgever heeft een Vertrekstimuleringsregeling Sociaal Plan opgesteld. Een werknemer ontvangt een vrijblijvende berekening wat deze regeling voor hem zou betekenen. De werkgever heeft daarbij echter een fout gemaakt en geen rekening gehouden met de WW-uitkering die werknemer zou ontvangen.

De werknemer besluit na een gesprek met de werkgever van de regeling gebruik te maken. Hij had op dat moment kunnen weten dat de berekening niet klopte, want samen met de WW-uitkering zou de maandelijkse betaling 130 procent bedragen van zijn huidige loon. De werkgever ontdekt de fout tijdig en past de berekening van de vertrekvergoeding aan.

Rechter
De werknemer stapt naar de rechter. Hij meent aanspraak te kunnen maken op het bedrag dat de werkgever hem ten onrechte voorspiegelde. Het draait in deze zaak om de interpretatie van een standaardzin die in veel sociale plannen voorkomt, namelijk: ‘de ontslagvergoeding kan nooit hoger zijn dan de verwachte inkomensderving tot aan de pensioengerechtigde leeftijd'.

De kantonrechter in Den Bosch meent dat de strekking van een sociaal plan is om de financiële gevolgen van een reorganisatie op te vangen. Hij stelt daarom de werkgever in het gelijk. Bovendien vormt de eerdere pro forma berekening geen onherroepelijk aanbod, zo stelt de rechter.