AMSTERDAM - De toenemende mobiliteit van werknemers dwingt overheden meer en meer om de tarieven voor de inkomstenbelasting te verlagen. Van de 87 landen hebben 33 landen het tarief de afgelopen zes jaar verlaagd, zo stelt KPMG op basis van onderzoek.

Het hoogste tarief voor de inkomstenbelasting is wereldwijd met gemiddeld 2,5 procent gedaald. Slechts zeven landen hebben nu een hoger tarief dan in 2003.

KPMG concludeert dat dit een belangrijk gevolg is van het feit dat overheden een balans proberen te vinden tussen voldoende belastinginkomsten en de invloed van de toenemende wereldwijde mobiliteit van werknemers.

Verlaging
Van de grote Westerse landen heeft Frankrijk de grootste verlaging in de inkomstenbelasting doorgevoerd, van 48,1 procent in 2003 naar 40 procent in 2007. Duitsland deed dat van 48,5 procent tot 45 procent. Volgens KPMG is het binnen de EU echter de introductie van de 'flat rate' geweest die de meeste invloed heeft gehad.

Naast Bulgarije heeft Estonia het tarief verlaagd van 26 procent in 2003 tot een flat rate van 21 procent in 2008; Slowakije is gezakt van 38 procent naar 19 procent. Roemenië verlaagde het tarief van 40 procent naar 16 procent en Tsjechië introduceerde dit jaar een flat rate van 15 procent.

Radicaal
"Het besluit van deze landen om een dergelijke radicale wijziging door te voeren verschilt per land", constateert Luydert Smit van KPMG. "Maar één ding staat de landen allemaal voor ogen: ze willen aantrekkelijker zijn voor de Europese arbeidsmarkt. Deze landen zijn óf in 2004 óf in 2007 toegetreden tot de Europese Unie en hebben te maken gehad met een forse uitstroom van arbeidskrachten naar de Westerse landen."

Overheden gaan de derving aan inkomsten wellicht compenseren met het verhogen van de indirecte belastingen, zoals een verhoging van de BTW en de invoerrechten, zegt Smit. "Het valt niet uit te sluiten dat de tarieven voor indirecte belastingen een steeds grotere rol gaan spelen en bepalend zullen zijn voor de vestigingsplaats van mensen."