Er gloort licht aan de horizon

In de geschiedenis hebben we regelmatig te maken met kredietcrises. Dichtbij huis en relatief recent is de crisis die Zweden meegemaakt heeft. De problemen in Zweden vertonen veel gelijkenis met de huidige wereldwijde turbulentie. Welke lessen kunnen geleerd worden uit deze ervaring van de Zweden?

Door Fred Huibers | Het Haagse Effektenkantoor

Gedurende de tweede helft van de jaren tachtig was er in Zweden sprake van een economische hoogconjunctuur waarbij kredietverschaffing een belangrijke motor was. Door stijgende huizenprijzen en aandelenmarkten zag de Zweedse bevolking meer reden om te lenen dan te sparen. Financiële instellingen waren bovendien erg gretig om hen geld te lenen.

In plaats van te kijken naar de waarde van het project dat zij daadwerkelijk financierden, keken zij vooral naar de waarde van het onderpand. Hiervan werd - naïef - gedacht dat de waardestijging oneindig zou zijn.

Kort nadat in 1990 de krediet- en huizenprijzen bubbel dan toch barstte, zorgde een wereldwijde economische neergang voor een diepe recessie in het land. Zweedse banken, die tot dan toe bijzonder winstgevend waren geweest en een gezonde kapitaalpositie hadden, kwamen in een lastig parket.

De staat in actie
Om uit de moeilijkheden te komen, probeerde de Zweedse overheid in eerste instantie de problemen één voor één te tackelen. Op deze wijze werden de eerste twee van de zeven banken genationaliseerd. Toen echter een derde bank in 1992 niet meer kon voldoen aan de kapitaalseisen, besloot de overheid het over een radicalere boeg te gooien.

En ging over tot het redden van het gehele systeem. Dit hield een garantie van de staat in voor alle verplichtingen en deposito's van de banken. Iedereen die zaken deed met de banken wist nu dat zij niets te verliezen hadden. Op één uitzondering na dan: de overheid garandeerde niet de waarde van het bankaandeel.

Effectief toezicht
Om de problemen met betrekking tot de slechte kredieten en uitgedunde kapitaalreserves effectief op te lossen, richtte Zweden een nieuwe en onafhankelijke autoriteit om de banken hierbij te ondersteunen. De ondersteuning van deze autoriteit was echter niet zonder condities. Hoe uitgebreider en langduriger de bank een beroep deed op haar hulp, des te groter werd het aandelenbelang dat de staat hiervoor terugeiste.

De banken die staatssteun kregen moesten de activa die in problemen waren direct afschrijven naar een realistisch (lees: laag) niveau. Een bestuur van experts op dit gebied stelde deze waarden vast. De banken werden vervolgens gerund door de overheid of gefuseerd met andere instellingen.

De twee financiële instellingen die de overheid in het begin van de crisis nationaliseerde werden verdeeld in een goede bank (met goed presterende assets) en een slechte bank (met de vanzelfsprekend slechte assets). De goede banken waren er vrij in om weer als voorheen te functioneren. De rotte appels werd kapitaal, tijd en expertise gegeven om er het beste van te maken.

Rust
Door de voortvarendheid van de Zweedse overheid verdween de financiële onrust al snel. De garantie van de staat wist te banken te behoeden voor nog zwaardere tijden. Door de snelle actie ontdooiden bevroren markten vrijwel direct en waren banken weer bereid om elkaar weer geld te lenen.

Hoewel het nog jaren duurde voordat de rommel van de crisis was opgeruimd, werd er door de overheid voor gezorgd dat de financiële opschudding niet op de Zweedse economie bleef drukken. Geholpen door een wereldwijde groei en de Zweedse concurrerente wisselkoers, herstelde de economie van het land dan ook heel voorspoedig. De overheid zelf kreeg al binnen 5 jaar het grootste gedeelte van het geld terug, hetgeen sneller was dan verwacht. De uiteindelijke kosten voor de belastingbetaler bleven beperkt tot nog geen 2 procent van het bruto nationaal product van Zweden.

Hoop in bange dagen
Hoewel het kleine Zweden - met haar eigen tradities en instituten - geen blueprint kan zijn voor de huidige internationale crisis, kunnen er wel waardevolle lessen uit geleerd worden. Zoals het belang van een daadkrachtig en alert ingrijpen door de overheid. Banken gaan na het ontvangen van adequate staatssteun uiteindelijk weer over tot kredietverstrekking.

Het plaatsen van de probleem assets in een 'slechte bank' zorgt er verder voor dat het herstel in alle rust kan plaatsvinden, wat de kosten voor de belastingbetalers van de reddingsoperatie kan beperken. De huidige reddingsplannen kennen de juiste karakteristieken. Er gloort licht aan de horizon.

Fred Huibers is partner bij Het Haags Effektenkantoor 

Tip de redactie