AMSTERDAM - Van situatieve arbeidsongeschiktheid is sprake wanneer er dusdanige omstandigheden op het werk zijn, dat de werknemer niet meer in staat is zijn werkzaamheden te verrichten.

De werknemer heeft recht op doorbetaling van zijn salaris indien hij aantoont dat de oorzaak van het 'niet-meer-door-een-deur-kunnen' de werkgever is.

Een werkneemster meldt zich na een incident op een bedrijfsfeest op 2 augustus 2006 ziek. De bedrijfsarts verklaart dat er medisch gezien niets aan de hand is en adviseert  mediation. Dit leidt echter niet tot een oplossing.

UWV
In een second opinion acht het UWV werkneemster op 12 december 2006 in staat om haar werk te hervatten. Omdat de werkneemster desondanks weigert aan het werk te gaan, heeft haar werkgever haar loon vanaf 12 december 2006 niet meer doorbetaald. De werkneemster vordert bij Kantonrechter Alkmaar doorbetaling van haar salaris totdat de arbeidsovereenkomst op een geldige wijze tot een einde komt.

Of de werknemer in geval van situatieve arbeidsongeschiktheid recht heeft op loon, hangt af van de vraag of de oorzaak in redelijkheid voor rekening van de werkgever behoort te komen. De bewijslast rust op de werknemer. De kantonrechter voegt hieraan toe dat de werknemer verplicht is alle medewerking te verlenen aan inspanningen die erop gericht zijn de oorzaken van de situatieve arbeidsongeschiktheid weg te nemen.

Rechter
Ten aanzien van de onderhavige zaak oordeelt de kantonrechter dat de werkgever voldoende inspanningen heeft verricht. Na het mislukken van de mediationpoging heeft de werkgever aan de werkneemster te kennen gegeven dat er binnen het bedrijf geen belemmeringen meer zijn voor de werkneemster om haar werk te hervatten.

Bovendien heeft de werkgever aangegeven dat zij bereid was om te bemiddelen in het conflict dat de werkneemster had met haar collega. Omdat de werkneemster op haar beurt onvoldoende heeft gemotiveerd waarom van haar niet kon worden gevergd om weer aan het werk te gaan, wordt de vordering afgewezen.