De premies die u zelf als verzekeringnemer heeft betaald voor een oudedagslijfrente kunt u, onder voorwaarden, aftrekken in uw aangifte inkomstenbelasting onder de post ‘uitgaven voor inkomensvoorzieningen’.

U kunt uitsluitend de premies aftrekken als u een pensioentekort hebt en tot een bepaald maximum. Ook moet u zelf de premies betalen. Betaalt uw partner, bijvoorbeeld uw echtgenoot, de premie, dan kan alleen deze partner de premie aftrekken.

Aftrekbaar zijn de premies voor de volgende soorten lijfrenten:

  • een oudedagslijfrente: u ontvangt dan een lijfrente-uitkering tot uw overlijden. De uitkering mag op elke gewenst tijdstip ingaan maar niet later dan in het    jaar waarin u 70 wordt en mag uitsluitend eindigen bij uw overlijden;
  • een nabestaandenlijfrente: nabestaanden ontvangen een lijfrente-uitkering als u of uw partner overlijdt. De gerechtigden tot nabestaandenlijfrenten mogen alleen natuurlijke personen zijn. In de praktijk bestaat met name de wens instellingen die een goed doel beogen aan te wijzen als begunstigden. Dit is niet mogelijk indien men voor premieaftrek in aanmerking wil komen;
  • een tijdelijke oudedagslijfrente: u ontvangt dan ten minste 5 jaar lang een lijfrenteuitkering die niet eerder ingaat dan het jaar waarin u 65 wordt. Deze uitkeringen beginnen niet later dan in het jaar waarin u 70 wordt en stoppen op een vastgestelde einddatum, bijvoorbeeld als u 85 wordt.

Let op

  • In verband met de invoering van de Wet VUT/prepensioen/levensloop zijn premies voor overbruggingslijfrenten met ingang van 2006 niet meer aftrekbaar. Deze lijfrenten zijn namelijk vergelijkbaar met VUT of prepensioen.
  • Er worden extra eisen gesteld aan de looptijd bij bepaalde bloed- of aanverwanten die gerechtigden zijn van de nabestaandenlijfrente.
  • U bent niet verplicht om premies voor lijfrenten die voor aftrek in aanmerking komen, af te trekken. Als u ervoor kiest de premies niet af te trekken, is de waarde van de polis belast in box 3 (voordeel uit sparen en beleggen).