AMSTERDAM - In de fraudezaak tegen vier oud-bestuurders van supermarktconcern Ahold konden benadeelde partijen maandag hun zegje doen. Voor het gerechtshof in Amsterdam spraken vijf benadeelden van misleiding door de top van Ahold en de daardoor voor hen opgelopen schade.

De (voormalige) aandeelhouders voelen zich voorgelogen door de voormalige top van het concern. Oud-topman Cees van der Hoeven, zijn voormalig financiële rechterhand Michiel Meurs, oud-bestuurder Jan Andreae en ex-commissaris Roland Fahlin staan terecht voor onder meer het foutief optellen van omzetten van dochterondernemingen waar Ahold geen volledige zeggenschap had.

Verkeerd beeld
In de ogen van de benadeelde partijen werd zo via de jaarrekeningen een verkeerd beeld gegeven van de werkelijke financiële situatie van Ahold. Op 24 februari 2003 moest Ahold bekendmaken jarenlang de omzetten van dochterondernemingen waar het concern geen volledige zeggenschap had, onterecht bij elkaar te hebben opgeteld. Bovendien was er sprake van grote fraude bij de voormalige dochter US Foodservice. Het aandeel kelderde.

"Als ik bekend was geweest met de werkelijke en waarachtige financiële gegevens van Ahold, dan had ik geen aandelen gekocht, althans niet tegen de prijzen waarvoor ik ze heb gekocht, maar voor een beduidend lagere prijs", aldus een van de benadeelden. Hij acht de verdachten hiervoor "verwijtbaar" want de hele gang van zaken was "vermijdbaar" in zijn ogen.

Schikking
De benadeelde partijen hebben allemaal niet deelgenomen aan de wereldwijde schikking die Ahold trof voor 1,1 miljard dollar met gedupeerde beleggers.

Woensdag zal de advocaat-generaal van het Openbaar Ministerie (OM) het requisitoir uitspreken en zal hij zijn strafeis voor de vier verdachten formuleren. De verdediging krijgt vanaf 10 november de tijd hierop te reageren. De uitspraak in deze zaak is gepland op 28 januari volgend jaar.